Caring Farmers geloven dat agro-ecologie de weg is die voor oplossingen gaat zorgen. Het werk van prof. dr. ir. Pablo Titonell illustreert waarom.


Ons adagium:

geen input van buiten.
natuur gedreven, sociaal verbonden, economisch gedragen


Caring Farmers willen kringlopen, zonder externe input, sluiten op zo’n klein mogelijke schaal. Hiervoor hebben wij onze eigen piramide ontwikkeld: De Caring Farmers Piramide. Hoe hoger in de piramide hoe beter.

Caring Farmers Piramide

Voor onze uitgebreide Piramide klik hier


Om uit te leggen hoe Caring Farmers werken ontkomen we er niet aan om hier een beetje technisch te worden.

Inputs zijn benodigdheden voor het agrarisch bedrijf die niet van het bedrijf zelf komen.  Denk hierbij aan kunstmest (nutrienten) of chemische bestrijdingsmiddelen, maar ook aan diervoer, energie en water. Caring Farmers streven ernaar om geen enkele input meer van buiten het gebied op hun bedrijf te betrekken. Het streven is zelfs om op bedrijfsniveau geen inputs meer van buiten te gebruiken. Dat betekent nogal wat!

Om te beginnen bouwen we het gebruik van kunstmest en van chemische bestrijdingsmiddelen op zo kort mogelijke termijn helemaal af (als we deze überhaupt al gebruiken momenteel). Maar wanneer we verder doordenken betekent het ook dat een akkerbouwer gaat samenwerken met een veehouder om mest die in het gebied geproduceerd wordt, ook in het gebied te gebruiken.

Wanneer een Caring Farmer op zijn eigen bedrijf streeft naar input-nul betekent dat dat hij in zijn eigen mest zal gaan voorzien en een veehouder zelf het eigen veevoer produceert. De tuinbouwer oogst eigen zaden en de veehouder fokt weer zelf. Wat geldt voor nutriënten, geldt ook voor energie. Het aandeel in het gebruik van fossiele brandstoffen in de landbouw is groot. Wij starten een zoektocht naar mogelijkheden zelf energie op te wekken en als dat nodig is ook andere manieren van landbouwmechanisatie te zoeken. Denk bijvoorbeeld aan robots en drones. De techniek zal in die zin ook de Caring Farmer tot dienst zijn.

Caring Farmers laten zich leiden door een aantal drijfveren. We zoeken naar een menswaardige opzet van ons voedselsysteem, zodat er weer fatsoenlijke rendementen gemaakt kunnen worden in een maatschappelijke context die zich kenmerkt door respect en waardering voor de boeren. Boeren én burgers moeten kunnen werken en leven in gezonde omstandigheden, waarbij van stalfijnstof en andere schadelijke emissies geen sprake meer is. Mensen, planten, bodem én dieren zijn één systeem. We willen voedsel produceren waarvan we de kwaliteit beoordelen op voedingswaarde. Gezonde producten die van de maaltijd weer voeding maken in plaats van vulling.

Onze dieren zijn wezens met gevoel en intelligentie. Wij zoeken naar systemen waar onze dieren hun natuurlijke, soorteigen gedrag kunnen tonen onder zo natuurlijk mogelijke omstandigheden. Hierbij is genieten van de buitenlucht een vereiste. We herkennen en erkennen de functie van de dieren in het ecosysteem. Ze eten alleen restproducten en grazen op gronden waar niets anders kan groeien dan gras. Mest vormt weer voeding voor de gewassen. De draagkracht van het gebied bepaalt het aantal dieren. Dat zal een aanzienlijke daling van het aantal dieren in ons land betekenen en dat heeft consequenties voor ons consumptiepatroon en onze export: minder vlees/zuivel en meer plantaardig.

We praten veel over kringlopen, maar de kringloop eindigt nu bij de mens zelf. Eerste helft van de vorige eeuw was het in Nederland en momenteel nog steeds bij sommige culturen elders op de wereld heel gewoon om menselijke excreten terug op het land te brengen. De mens is biologisch een alles-etende diersoort en een groot deel van wat je erin stopt komt er ook weer uit en kan weer terug in de bodem en volgende generatie planten worden gebracht. Humane mest wordt echter in het huidige landbouwsysteem totaal niet benut, terwijl ook dit in principe een heel goede meststof voor de bodem en de gewassen is.

De natuur zelf kan ons het beste helpen met het aanpassen van onze bedrijfsvoering. Wij werken aan gezonde, levende bodems, aan versterking van biodiversiteit en herstel van landschap. Uitgekiende teeltplannen, zoals meer granen en vlinderbloemigen en minder rooivruchten, zorgen voor koolstofopslag in de bodem en minder grondbewerking voorkomt dat koolstof als CO2 de lucht in gaat. Wij staan een landbouw voor met een positieve impact op het klimaat. Gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen is uitgesloten. Geen input van buiten de kringloop is een hele uitdaging. Het gaat erom dat we ecologisch, economisch en sociaal verantwoord omgaan met nutriënten, land, water en energie.

Het werken als Caring Farmer betekent ook dat we het agrarisch bedrijf opnieuw gaan uitvinden. We hanteren hiervoor een aantal principes. Het gebruik van eigen resources hebben we hierboven al uitgelegd. Daarnaast zetten we in op het omarmen van de complexiteit. De landbouw heeft zich de afgelopen decennia enorm gespecialiseerd. Caring Farmers vereenvoudigen (specialiseren) hun bedrijven niet, maar zetten in op diversiteit (complexiteit).  Hoe meer verschillende onderdelen op een bedrijf hoe veerkrachtiger het bedrijf zal zijn. Hoe meer onderlinge relaties er tussen de verschillende bedrijfsonderdelen zijn, hoe stabieler het bedrijfssysteem. Zeker wanneer dit in combinatie met agro-ecologische bedrijfsvoering gebeurd, benutten we de kracht van de natuur maximaal.

Caring Farmers streven naar soevereiniteit en willen zelf elke dag in staat zijn eigen keuzes te maken. Dit betekent dat we op zoek zijn naar andere relaties met banken en de afhankelijkheid van Brusselse inkomenssteun willen afbouwen. Dit zal ook een andere verhouding tot ketenpartners kunnen betekenen en mogelijk ook hele andere relaties met consumenten en burgers.

Het zijn van een Caring Farmer betekent dus nogal wat. Eerlijk gezegd overzien wij alle consequenties nog lang niet. Als we vandaag doorredeneren op wat nihil inputs van buiten betekent, komen we zelfs tot de conclusie dat het vandaag nog niet haalbaar is. Gelukkig kent Nederland een enorm ontwikkelde wetenschapssector. Die zullen we hard nodig hebben. Net zoals dierenartsen, techneuten en burgers. We volgen ook alle nieuwe interessante ontwikkelingen zoals veganistische landbouw en kweekvlees. Dergelijke ontwikkelingen kunnen mogelijk ook op een goede en nieuwe manier bijdragen aan ons adagium.

We hebben daarom iedereen nodig om ons ideaal te bereiken en nodigen dan ook iedereen uit om met ons mee te doen.

Tot slot: we hebben een streven. Net zoals Kennedy ooit zei ‘we are going to the moon in ten years.’ Zo willen wij het absolute topvoorbeeld in de wereld zijn op het gebied van kringlooplandbouw. Zodat weer de hele wereld komt kijken hoe die Hollanders het op agrarisch gebied voor elkaar hebben.