Farmers aan 't woord

Ruud Zanders Kipster

Ruud Zanders van Kipster

Venray

In Venray staat sinds 2017 een grote Kipsterstal met 24.000 kippen. Wat opvalt is het enorme aantal zonnepanelen op het dak, de ruimte die de kippen hebben en de reststromen die ze eten. Inmiddels zijn er vier andere stallen bij gekomen: in Beuningen, Barneveld, Ysselsteyn en Amerika. We spraken Ruud over zijn verschillende rollen als oprichter en bestuurder van Caring Farmers, als hoofdrolspeler in de documentaire De Vegan Veehouder en, je zou het bijna vergeten: als pluimveehouder.

Een nieuwe blik op efficiëntie

Ruud werd geboren in Oirlo, als zoon van één van de grootste pluimveehouders in Zuid-Nederland. Hij nam het bedrijf samen met zijn broer over in 1998, in negen jaar tijd creëerden ze een internationaal bedrijf met 8 miljoen kuikens, 1 miljoen legkippen, een deelneming in twee eierenhandelaren en een opfokbedrijf in Frankrijk met 1 miljoen kippen. Totdat ze in 2007 faillissement moesten aanvragen. Wat had hij anders moeten, of kunnen doen? Die vraag bleef in Ruuds hoofd zitten. ‘We hadden drie kernwaarden: grootschalig, grootschalig en grootschalig. Hoe kunnen we zoveel mogelijk produceren met zo laag mogelijke kosten? Die vraag stond centraal. Altijd goedkoper kan misschien in geld en binnen de huidige wetgeving, maar iemand betaalt daarvoor. Ik besloot voor mezelf: dat ga ik niet meer doen.’

Na het faillissement was hij op een gegeven moment als lector bij de hogeschool Aeres betrokken bij internationale cursussen. Deelnemers leerden er over het efficiënte Nederlandse landbouwsysteem. Toch merkte een aantal Afrikaanse beleidsmakers op dat het Nederlandse systeem helemaal niet efficiënt was. Waarom voeren jullie hoogwaardig graan en mais aan dieren, vroegen ze. Ruud: ‘Dat opende mijn ogen. Met 1 kilo graan kun je 10 mensen voeden, als je dit voert aan dieren kun je met die dierlijke producten 2 tot 4 mensen voeden.’ 

Ontstaan Kipster

Het zette Ruud aan tot een zoektocht naar meer kennis. ‘Ik wilde echt weten: hoe zit het voedselsysteem in elkaar? Ik stelde me helemaal open en had veel gesprekken met wetenschappers, maar ook met bijvoorbeeld Wakker Dier. Als pluimveehouders hebben we de neiging om ngo’s weg te zetten als grachtengordelgeneuzel. Maar ik kwam erachter dat daar mensen werken die een heleboel over het voedselsysteem weten.’ Voor zijn werk als lector werkte Ruud bij Rondeel eieren, waar meer aandacht wordt gegeven aan dierenwelzijn. Toch wilde Ruud meer doen: o.a. op het gebied van circulair voer, de omgang met haantjes en CO2-uitstoot. Zijn ideeën voor Kipster kregen steeds meer vorm.

Inmiddels behaalt Kipster succes met het verminderen en compenseren van hun CO2-uitstoot, de nadruk op dierenwelzijn in hun stallen met een ruime en interessante omgeving (denk aan pikstenen, klimstokken en hooibalen) en het tegengaan van voedselverspilling door het voeren van reststromen aan kippen, waarmee ze grootschalig grondgebruik voor het verbouwen van veevoer vermijden.

Toch is Ruud het meest trots op de compagnons die hij vond. Ruud: ‘Meestal gaat het er in onze wereld zo aan toe: je hebt een idee, en daarmee stap je naar een andere kippenboer. Maar het goede is juist dat wij bij elkaar kwamen als vier mensen met ieder een hele andere achtergrond. En dus ook heel andere kennis: over duurzaamheid, communicatie, dierenwelzijn, et cetera.’ Ruud is ook trots op de samenwerking met andere partijen waaronder supermarkt Lidl, wetenschap, Wakker Dier, De Dierenbescherming en de overheid. Het lijkt de sleutel tot het succes van Kipster: het samenbrengen van verschillende mensen en partijen, met ieder een andere expertise, doelstelling en rol.

Meer kennis

De zoektocht naar verbetering van het voedselsysteem drijft Ruud. Zo zou hij eigenlijk graag zien dat reststromen niet alleen naar dieren gaan, maar ook naar mensen. Ook is de kringloop op zijn bedrijf nog niet helemaal compleet. Zo ontstond Kipster brood: kippenmest wordt gedroogd op de boerderij, en een deel daarvan gaat naar Groningse akkers om graan te telen. Hiervan wordt brood gebakken. Misbaksels, deegresten en onverkocht brood gaan terug naar de voerfabriek, om vervolgens weer deels bij de kippen te belanden.

Ook is Ruud altijd op zoek naar meer kennis. De Kipsterstal stond er al, toen hij zich ging verdiepen in de kip. ‘Natuurlijk, we voldeden aan keurmerken, maar pas daarna ben ik gaan leren over de emoties en intelligentie van de kip. Ik kwam erachter dat ik eigenlijk helemaal niks van kippen wist. Ja, ik wist hoe je kippen met niet te veel voer zoveel mogelijk eieren kon laten leggen. Maar ik wist niet dat een kuiken in het ei al communiceert met de moederkip. Of dat kippen vriendschappen opbouwen.’

Dierenwelzijn

Al snel kwam Ruud tot het besef dat diervriendelijk dieren houden niet bestaat. ‘Wie zijn wij nu om dieren op te sluiten in een stal, door te fokken en te bepalen dat zij voedsel voor ons moeten produceren?’ Volgens hem is het als (pluim)veehouder je plicht om het zo goed mogelijk te doen voor dieren. Tegelijkertijd schuwt Ruud zelfkritiek niet: ‘Onze kippen groeien niet op bij hun moeder, onze groepen zijn te groot en de kippen worden nog steeds gedood op het moment dat wij dat nodig vinden.’ Die verbeteringen hoopt hij ook nog door te voeren, maar dat kost geld. Ruud: ‘Momenteel zijn we druk bezig met het internationaal maken van Kipster. We willen dat de beste eieren beschikbaar en betaalbaar zijn voor iedereen.’

Toch knaagde het aan Ruud. ‘Ik heb altijd gepraat over de rol van dieren in het voeden van de wereld, maar ik vroeg me af: zou een vegan wereld kunnen?’ Terwijl hij dit uitzocht, werd hij twee jaar gevolgd door documentairemaker Kadir van Lohuizen. In de documentaire De Vegan Veehouder bevraagt hij zichzelf: doe je het goed genoeg als je de best mogelijke kippenstal hebt ontwikkeld, met maximale aandacht voor dierenwelzijn en circulariteit? Of houd je daarmee juist het systeem in stand?

De documentaire wordt momenteel op verschillende plekken vertoond en Ruud schuift vaak aan voor een nagesprek. Hij hoopt discussie op te wekken, zowel bij vegans als bij boeren. Met veganisten wil hij nadenken over de vraag hoe we kunnen en moeten omgaan met dieren, nu niet de hele wereld vegan is en de veehouderij nog steeds een realiteit. Ruud: ‘Stel dat ik nu stop met kippen houden, wat verandert er dan?’

Met veehouders wil hij praten over het dier zelf. Het gaat Ruud daarbij niet om het veroordelen, maar om het aanwakkeren van nieuwsgierigheid: wat weten we eigenlijk over de dieren waarmee we werken? En hebben we ooit de tijd genomen om ons echt in die dieren te verplaatsen? ‘De discussie over dierwaardigheid en dierenwelzijn gaat nu over: zetten we 8 of 9 kippen op een vierkante meter. We moeten het dier veel serieuzer nemen.’

Caring Farmers: samen laten zien dat het anders kan

In 2019 zat Ruud in een klankbordgroep van toenmalig minister van landbouw Carola Schouten. Het onderwerp? Haar idee voor een omslag naar kringlooplandbouw in 2030. Ruud was sceptisch: ‘Gaan we de landbouw aanpassen aan deze kringloopvisie, of gaan we de kringloopvisie aanpassen aan de huidige, gangbare landbouw? Ik vreesde voor dat laatste.’ Zijn angst bleek gegrond.

Gelukkig was hij niet de enige die er anders over dacht, in Annette Harberink en Geert van der Veer vond hij medestanders. Ze werkten samen een eigen visie uit. Tegelijkertijd vroegen zij zich af: ‘Zijn wij drieën nou de enigen die een andere visie hebben? Dat kan toch niet zo zijn? We zochten naar meer boeren. Om onze stem luider te laten klinken. Dat is Caring Farmers geworden, in juli 2019.’

‘Ik ben er heel trots op dat het ons met een beperkt team en beperkt budget lukt om ontzettend veel te doen. We mengen ons in het debat, we worden gevraagd om mee te denken door het ministerie van LVVN. We willen laten zien dat het op een andere manier kan. Caring Farmers heeft een pioniersrol.’

‘Iedereen die werkt aan een beter voedselsysteem willen we omarmen. Iedereen die bereid is om na te denken over verandering, is welkom bij Caring Farmers. Het gaat mij er niet om of een boer regeneratief, biologisch of biodynamisch is: alle richtingen zijn welkom. Uiteindelijk willen we de wereld verbeteren met voedsel, en dat kan op allerlei manieren. Daarnaast hoop ik dat het ons echt lukt om alle disciplines samen te brengen met de Caring Movement.’

Hoe ziet hij de toekomst? ‘Ik wil sneller en groter. Op dit moment is maar 1 procent van de veehouderij dierwaardig. Dat zou 10 procent moeten zijn in 2030. Of wat zeg ik… Het liefst natuurlijk vijftig of tachtig procent!’ En wat betreft zijn eigen werkzaamheden? Hij lacht. ‘Dat weet ik nog niet, maar ik ben zo impulsief, dus dat komt wel goed. Ik blijf in ieder geval werken aan het verbeteren van het voedselsysteem waarin kringlooplandbouw, dierenwelzijn en CO2-reductie samenkomen.’

Gepubliceerd mei 2026