Geachte minister Van Essen,
Kort geleden schreven wij u over de stikstofaanpak en het belang om problemen niet alleen technisch aan het einde van de keten op te lossen, maar juist bij de bron. Daarom maken wij ons zorgen over het besluit om de mogelijkheid voor bovengronds uitrijden van drijfmest generiek te beëindigen.
Wij begrijpen dat bovengronds uitrijden tijdens het uitrijden meer ammoniak kan veroorzaken dan emissiearme aanwending. Maar het recente onderzoek van Wageningen University & Research en het Louis Bolk Instituut laat óók zien dat het bredere beeld genuanceerder is. Er zijn verschillen in lachgasemissie, bodemstructuur, bodemverdichting en bedrijfsvoering. De onderzochte bedrijven die bovengronds uitreden waren bovendien gemiddeld extensiever, gebruikten minder kunstmest en hadden mest met minder stikstof en ammoniak.
Juist voor zulke boeren gaat bovengronds uitrijden over veel meer dan alleen de manier waarop mest op het land komt.
Een boer verwoordde het zo: “Met injecteren moet ik een loonwerker inhuren. Die heeft zware machines en komt wanneer het hem uitkomt, niet wanneer het een goed moment is voor de natuur. Bovengronds mest uitrijden gaf ruimte in mijn bedrijfsvoering:
- Ruimte in de planning: niet alles in één keer, maar wanneer het het best past per perceel.
- Ruimte op de lopende rekening: minder diesel en kleiner materiaal.
- Ruimte in de bodem: toen ik stopte met stikstofkunstmest zag ik waar het niet goed ging in de bodem. Met name in de rijsporen van de zware mestinjecteur groeit veel minder gras.”
Dat raakt precies aan wat wij missen in het besluit:
- ruimte voor vakmanschap.
Een extensieve boer kijkt naar de draagkracht van de bodem, het weer, grasgroei, weidevogels en het juiste moment per perceel. Met kleine eigen machines kan hij daar veel beter op inspelen dan wanneer hij afhankelijk is van een zware loonwerkmachine die op een vast moment beschikbaar is.
Het gaat bovendien niet alleen om hoe mest wordt uitgereden, maar ook om hoeveel mest er überhaupt ontstaat en wat voor mest dat is.
Boeren die veel weiden, minder krachtvoer en kunstmest gebruiken en extensiever werken, brengen minder stikstof hun bedrijf binnen en produceren minder mest per hectare. Steeds meer melkveehouders proberen bovendien actief te sturen op mestkwaliteit. Via initiatieven als TOPMEST worden rantsoen, bedrijfsvoering en mestkwaliteit juist in samenhang bekeken. (topmest.org)
Dat is precies de beweging die beleid zou moeten stimuleren: minder stikstof aan de voorkant, leidt tot minder mest, betere mest en een gezondere bodem.
Een generiek verbod kan die prikkel juist verzwakken. Als de overheid uiteindelijk alleen voorschrijft welke techniek moet worden gebruikt, ongeacht hoe een boer zijn hele bedrijf heeft ingericht, wordt sturen op gezonde mest en een gesloten kringloop minder relevant.
Dat is het verschil tussen bronbeleid en een end-of-pipe-oplossing.
Ook voor bodem en biodiversiteit is de afweging breder dan ammoniak alleen. Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat in graslanden met geïnjecteerde drijfmest veel minder regenwormen beschikbaar zijn voor weidevogels, dan in percelen waar ruige stalmest bovengronds wordt uitgereden. Ook het Louis Bolk Instituut beschrijft in eigen onderzoek zowel voordelen als nadelen van injecteren en bovengronds uitrijden, waaronder mogelijke effecten op bodemstructuur, uitdroging en regenwormen.
Wij hebben hierover tevens rechtstreeks contact gehad met het Louis Bolk Instituut. Daarbij is bevestigd dat zij uit het onderzoek niet de conclusie zouden trekken dat iedere mogelijkheid voor bovengronds uitrijden moet verdwijnen, zoals het ministerie nu wel doet. Juist bij extensieve bedrijven kunnen voordelen als minder mest, andere mestkwaliteit, lichtere machines en meer vrijheid in het bemestingsmoment zwaar wegen.
Daarom vragen wij u om geen generiek verbod in te voeren, maar ruimte te houden voor extensieve, grondgebonden bedrijven die aantoonbaar werken aan minder stikstofaanvoer, veel weidegang, gezonde mest, een gezonde bodem en biodiversiteit.
Beoordeel zulke bedrijven niet alleen op de emissie tijdens één handeling, maar op hun emissie van het gehele bedrijf gedurende het gehele jaar, net zoals we in onze eerdere brief bepleiten.
Want de landbouwtransitie is niet geslaagd wanneer iedere boer dezelfde machine gebruikt. Ze is geslaagd wanneer er minder stikstof binnenkomt, het mestoverschot verdwijnt, bodems gezonder worden en boeren ruimte krijgen om goed voor hun land te zorgen.
Met vriendelijke groet,
Caring Farmers