15 oktober 2026
De nieuwe AMvB Dierwaardige Veehouderij is vanuit het perspectief van Caring Farmers vooral een teleurstelling. De politieke ambitie blijft ver achter bij wat nodig is voor een écht dierwaardige pluimveehouderij. Buitenuitloop wordt niet verplicht, snelgroeiende vleeskuikens mogen nog tot 2040 worden gehouden en de vleeskuikenvermeerdering, waar ernstige dierenwelzijnsproblemen spelen, blijft grotendeels buiten schot. Uit angst dat deze sector naar het buitenland verhuist, durft de politiek geen duidelijke grenzen te stellen.
Voor kleinschalige pluimveehouders binnen Caring Farmers verandert er weinig. Zij bieden hun dieren doorgaans al aanzienlijk meer ruimte en mogelijkheden voor natuurlijk gedrag dan de nieuwe normen voorschrijven. Toch zijn er twee onderwerpen die aandacht verdienen: de introductie van dark brooders en de manier waarop buitenuitloop wordt meegewogen bij de huisvestingseisen.
Dark brooders: een welkome vernieuwing
De introductie van dark brooders, oftewel donkere kunstmoeders, is misschien wel de meest vernieuwende maatregel in de AMvB. Dit zijn verwarmde, donkere schuilplekken waaronder jonge kuikens kunnen rusten, vergelijkbaar met de beschutting van een moederkloek. Ze kunnen bijdragen aan minder angst, minder pikkerij op latere leeftijd en een beter welzijn.
Voor de reguliere pluimveehouderij vraagt dit mogelijk ingrijpende aanpassingen aan de grote opfokstallen. Misschien is dat ook de reden dat de precieze uitvoering van dark brooders in de regelgeving nog weinig concreet is omschreven.
Ook kleinschalige pluimveehouders die zelf kuikens opfokken, zowel vleeskuikens als leghennen, zullen deze voorzieningen moeten aanbieden. Een mooie kans om het welzijn verder te verbeteren. In een volgend artikel gaan we uitgebreider in op de praktische toepassing en voordelen van dark brooders.
Buitenuitloop versus verplichte binnenruimte
Voor kleinschalige houders met minder dan 350 kippen die hun eieren lokaal en zonder stempel afzetten, gelden onder bepaalde voorwaarden uitzonderingen op de reguliere huisvestingseisen. Maar Caring Farmers is met het ministerie van LVVN in gesprek over verdere professionalisering van de kleinschalige sector. Daardoor kunnen in de toekomst mogelijk meer houders onder deze regels gaan vallen.
Een belangrijk knelpunt is dat buitenuitloop niet automatisch meetelt bij de verplichte leefruimte binnen de stal. Een kleinschalige pluimveehouder met mobiele stallen, wiens kippen dagelijks buiten scharrelen en natuurlijk gedrag vertonen, kan daardoor alsnog verplicht worden om grotere stallen te bouwen of minder dieren te houden.
Dat leidt tot een tegenstrijdige situatie: boeren die hun kippen volop buitenruimte bieden, moeten mogelijk investeren in extra binnenruimte, terwijl bedrijven zonder buitenuitloop gewoon aan de nieuwe eisen kunnen voldoen.
Natuurlijk hebben kippen ook binnen voldoende ruimte nodig, bijvoorbeeld tijdens een ophokplicht. Maar de regelgeving lijkt vooral geschreven voor reguliere stalsystemen en houdt onvoldoende rekening met extensieve, natuurinclusieve houderij. Wie dieren structureel een aantrekkelijke buitenomgeving biedt, zou daarvoor ook erkenning moeten krijgen binnen de regelgeving.
Ook Caring Farmers hebben nog werk te doen
Waar de nieuwe regels kansen bieden, zoals bij dark brooders, moeten we die benutten. Maar voordat we onszelf te veel op de borst kloppen, is ook zelfreflectie op zijn plaats.
Want ook binnen de kleinschalige pluimveehouderij valt nog veel te verbeteren. Borstbeenbreuken bij leghennen komen veelvuldig voor en pikkerij blijft een terugkerend probleem. Abrupte veranderingen, zoals een ophokplicht of de overgang van een reguliere opfokstal naar een kleinschalige leglocatie, veroorzaken stress.
Daarnaast liggen er kansen om kringlopen beter te sluiten, bijvoorbeeld door het verantwoord benutten van (gefermenteerde) reststromen als voer. Ook de inzet van dubbeldoelkippen verdient een grotere plek binnen de kleinschalige pluimveehouderij.
Tot slot
De nieuwe AMvB laat zien hoe groot de afstand nog is tussen de politieke ambitie en een werkelijk dierwaardige pluimveehouderij. Voor Caring Farmers biedt de regelgeving weinig nieuwe uitdagingen en soms zelfs onbedoelde belemmeringen.
Maar de beperkte ambitie van de overheid mag voor ons geen reden zijn om achterover te leunen. Dierwaardigheid betekent niet simpelweg voldoen aan wettelijke normen, maar voortdurend blijven zoeken naar manieren om het welzijn van onze dieren te verbeteren.
Ook zonder ambitieuze AMvB hebben wij dus nog volop werk aan de winkel.