Farmers aan 't woord

john arink

John Arink van Ekoboerderij Arink

melkvee, akkerbouw, pluimvee, varkens, vleesvee
Lievelde

John Arink is sinds 1985 boer. Samen met zijn vrouw Liane Betting, zoon Tim en schoondochter Annerein en twee medewerkers runt hij een zuivel- en vleesboerderij in Lievelde, Gelderland. Hij houdt melkkoeien, varkens en kippen en de boerderij heeft ruim 100 hectare ter beschikking. Bij Caring Farmers zat hij bij de Raad van Advies en is hij nu bestuurslid. We spraken hem over zijn idealisme en hoe hij dit in de praktijk brengt op zijn boerderij en bij Caring Farmers. 

Een fascinatie voor biologisch

Van jongs af aan wist John dat hij boer wilde worden. Eerst boerde hij vijf jaar gangbaar, maar tijdens een rondleiding op de boerderij van biologische boer Gerrit Marsman wist hij dat hij het anders wilde gaan doen. John: ‘Het fascineerde me enorm: dat je met natuurlijke bronnen toch een behoorlijke productie kunt creëren. Ik ben gangbaar geschoold, maar het kon dus ook anders.’ 

Biologische boer Gerard te Voortwis was ook een inspiratiebron voor John. En tot slot zijn vader, die hem een gemengd bedrijf naliet met 40 melkkoeien en 20 varkens. ‘Mijn vader was niet zo gecharmeerd van de intensieve veehouderij, terwijl dat destijds wel gebruikelijk was.’ 

Krachtvoer van eigen Hollandse bodem

John koos ervoor om vanaf 1990 biologisch te boeren. ‘De gangbare landbouw rust op drie pijlers: chemie, geïmporteerd krachtvoer en kunstmest. Dat vraagt enorm veel fossiele energie en het heeft een negatieve impact op onze gezondheid. Het is een lineair en dus onhoudbaar systeem.’ 

John houdt 50 Fries-Hollandse melkkoeien, hun kalveren (die allemaal op de boerderij blijven tot ze tweeënhalf jaar zijn), 100 kippen en drie zeugen, die elk jaar een toom biggen werpen. Hij doet dat zonder antibiotica en voer verbouwt hij zelf. Dierwaardigheid staat hoog in het vaandel.

Voor John is het belangrijk om te kijken naar het hele systeem. Daarom probeert hij kringlopen op zijn bedrijf zoveel mogelijk te sluiten. Zowel het ruwvoer als het krachtvoer voor de dieren verbouwt hij zelf, hun mest – vrij van chemische restanten – kan hij met een gerust hart gebruiken om de akkers te bemesten, voedselresten gaan naar de varkens. Elektrische energie om de boerderij te runnen wordt opgewekt via zonnepanelen op het dak. 

Dieren houden zonder antibiotica 

Hoe lukt het hem om antibioticum vrij te werken? ‘Waar we eerst nog werkten met Holstein-Frisian koeien, zijn we twintig jaar geleden overgegaan op Fries-Hollandse koeien, een robuuster ras. Bij deze koeien trapt de natuur nog op de rem als het rantsoen melkproductie niet toelaat. We vragen de koe ook niet om een topproductie. Daarmee blijft de koe gezonder. Ook hebben onze dieren heel veel weidegang, wat goed is voor een koe en voor mijn portemonnee.’ 

‘Wanneer er toch eens een ziek dier is, is het zaak dit snel te onderkennen en het dier tijdig met homeopathie te behandelen. Daar zijn hele goede resultaten mee te behalen.’

Zo is zijn dierenartsrekening nagenoeg naar nul gegaan. ‘De andere kant ervan is dat ik wel 50.000 kilo minder melk kan verkopen. Toch ben ik heel blij met dit systeem, je wordt namelijk bepaald niet vrolijk van een zieke koe.’ 

Kalf bij pleegkoe

Sinds 15 jaar blijven alle kalveren op de boerderij, ook de stierkalveren brengt John groot. John heeft een goede relatie met Natuurmonumenten. Van hen pacht hij 100 hectare, dit is deels akkerland en deels natuurgras.  

John: ‘Elk jaar worden er kalfjes geboren op onze boerderij, waaronder stiertjes. Ik wil hen niet zomaar in de witvleesindustrie dumpen, maar mijn verantwoordelijkheid daar voor nemen. Met de extra hectares hebben we daar de mogelijkheid voor en zo hebben we ons bedrijf meer circulair gemaakt.’ 

Deze stap past ook bij het belang dat John hecht aan dierenwelzijn. ‘Als je dieren houdt, moeten die op z’n minst zoveel mogelijk diereigen gedrag kunnen vertonen. De kip moet kunnen scharrelen, varkens moeten buiten kunnen wroeten, en runderen moeten kunnen weiden. Het systeem van intensieve veehouderij in dichte stallen is voor John een onbegaanbare weg.

Sinds 2006 houdt John de kalfjes bij een pleegkoe. ‘Als het goed loopt, is het voor boeren makkelijker: je hebt veel minder werk aan het voeren van kalveren.’ Toch is hij er niet heel dogmatisch mee, soms is er geen pleegkoe voorhanden en wordt er wel een groepje met de hand gevoerd.

Verdienmodel 

John’s idealisme vormt de basis voor een bloeiend bedrijf. Toch was een biologisch boerenbedrijf runnen aan het begin nog niet zo makkelijk. John kon aanvankelijk maar moeilijk een afzetmarkt vinden. Hij schakelde even terug naar gangbaar, tot hij zuivelverwerker Aurora Kaas vond. Daar kon hij 12 guldencent extra per liter melk krijgen. Met 300.000 liter tikt dat wel aan. John spreekt van tien zure jaren, inmiddels is zijn verdienmodel aangevuld met een winkel, een eigen hotel met restaurant en rondleidingen. Grappig genoeg ontstonden die dingen allemaal toevalligerwijs.

‘In de jaren 90 heb ik een keer een koe verkocht voor 230 gulden. Toen voelde ik me zo bekocht, dat ik mijn vlees zelf wilde verkopen. Het begon met een chaletje aan de weg en groeide uit tot een winkel. En inmiddels is de omzet van onze directvermarkting groter dan de melkomzet!’ 

Contact met consumenten vindt John leuk, hij geeft graag rondleidingen. ‘In de zomer geef ik er zo’n 30 tot 40’, vertelt hij trots. Aanvankelijk kwamen er spontaan mensen aanwaaien op de boerderij, door mond-op-mond-reclame werden dat er steeds meer. John maakt er graag tijd voor. Hij ziet het als zijn missie om gezonde voeding voor de samenleving te produceren en daar hoort bij dat hij mensen informeert. ‘Daarmee wil ik mensen enthousiast maken over biologische landbouw. Voor veel mensen is de landbouw een black box. Mensen begrijpen niet altijd wat er gebeurt, en waar de problemen uit bestaan. Dat probeer ik dan uit te leggen in Jip en Janneke taal.’

Biobased bouwen

Ruimte om deelnemers koffie en gebak te serveren was er niet. Wat begon als een idee voor een afdakje groeide uit tot een restaurant met een hotel van vijf kamers. Laatst vond de internationale kalf-bij-koe conferentie er nog plaats.

Johns’ vrouw Liane kwam met het idee om stro en leem te gebruiken voor de bouw. Nu staat er een hotel gemaakt van 1.051 roggestrobalen (van eigen bedrijf), ruim 10 ton leem en 22 Veluwse Douglasbomen. 

‘De bouwsector is net als de landbouw eigenlijk ook behoorlijk conservatief: er wordt voornamelijk gewerkt met beton, staal, pur en kit. Allemaal materiaal dat een enorme CO2-uitstoot kent hoewel je met organische materialen als hout en stro juist CO2 vastlegt. Terwijl het makkelijk anders kan! Het hotel is zo’n succes dat we de tweede bedrijfswoning (voor zoon Tim en zijn vrouw Annerein) nu ook biobased bouwen. We hebben stro genoeg!’

Caring Farmers 

Waarom koos John om lid te worden van Caring Farmers? ‘Ons voedselsysteem moet anders. We willen gezonde, duurzame voeding voor de hele samenleving. Caring Farmers pleit voor die richting en dat onderschrijf ik volledig.’ 

Eerder zat John in het bestuur van de vereniging voor biologische melkveehouders. ‘De vereniging beperkt zich tot de eigen sector, dan kijk je te smal. Bij Caring Farmers waardeer ik de holistische kijk op het geheel. Gezonde voeding moet je integraal bekijken.’

‘Daarnaast heeft Caring Farmers ingang tot de politiek en de media en weet de organisatie fondsen aan te boren om projecten te ondersteunen. Dat heb ik in de biologische landbouw nog nooit gezien op die schaal.’ 

‘Aanvankelijk vond ik dat sommige boeren die zich aansloten veel te intensief en gangbaar waren, dat vind ik nog steeds wel, maar ik ben erachter gekomen dat het niet zo enorm van belang is. Het is van belang dat we een gezamenlijk geluid laten horen. Daarmee bereiken we verandering.’

Toekomstplannen 

Wat verandert er, nu hij niet meer in de raad van advies zit, maar in het bestuur? John lacht: ‘Ik moet aan de bak. Ik ga initiatieven ontplooien in plaats van alleen adviseren.’ Die zullen zich allereerst richten op supermarkten, want die pakken meer marge op biologische voeding dan op gangbaar geproduceerde voeding. John: ‘In Denemarken is het anders: daarom is biologische voeding daar opgeschaald naar 20 procent. In Nederland is biologische voeding maar een schamele 3 tot 4 procent.’  

‘Het is eigenlijk crimineel: je gebruikt de volksgezondheid voor eigen gewin. Ik wil gedegen onderzoek doen naar waar de pijn zit en hoe het anders kan. We moeten niet de productie, maar de consumptie van biologisch aanjagen. Als de consumptie er is, volgen de boeren, en dus de productie, vanzelf.’

Ook gaat John zich richten op energieverbruik in de landbouw. ‘Het fossiele probleem is huge. De gangbare – de biologische landbouw in mindere mate – gebruikt per vierkante meter meer fossiele energie dan ze aan voedingsenergie produceren. Terwijl: voor 1950 was de landbouw energiepositief. Daar moet dus wat gebeuren.’ 

‘Geïnspireerd door Meino Smit staat voor mij vast dat we de huidige fossiele brandstof consumptie niet kunnen vervangen door hernieuwbare energie. We moeten toe naar eenvoudigere systemen, als landbouw, maar zeker als gehele samenleving. Denk aan een weidende koe die zelf gras maait en haar mest uitrijdt zonder dat daar trekkers aan te pas komen. Of aan Herenboer-achtige projecten, waar consumenten persoonlijk aan de slag gaan.’