Aan de rand van Hooghalen, tussen de Drentse bomenrijen, ligt De Dennehoeve: het biologisch-dynamische bedrijf van Kees en Jolanda Sijbenga. Hier wordt gewerkt vanuit overtuiging, met aandacht voor dieren, bodem én mens.
“Wij boeren niet om zo groot mogelijk te worden. Wij boeren omdat we het goed willen doen – voor alles wat leeft.” – Kees Sijbenga
Van gangbaar naar biodynamisch
Vanaf 2007 ontwikkelt het bedrijf zich volgens deze visie: naast de gangbare akkerbouw kwam er een biologische pluimveetak en inmiddels houden ze rond de 3.000 biodynamische legkippen. “Onze kippen krijgen meer ruimte; daarom kun je er minder houden,” legt Kees uit. “Maar dat past bij hoe wij willen werken. Dieren moeten tot hun recht komen.” Dat hun aanpak wordt gewaardeerd en werkt, blijkt uit de publieksprijs die ze wonnen voor de mooiste kippenuitloop van Nederland. De kippen verblijven in een serrestal met wintergarten – een overdekte uitloop – en kunnen het hele jaar door naar buiten in een ‘paradijsje’ van inheemse bomen en struiken: eik, wilg, kastanje, hulst en buxus. De kippen vinden er dekking tegen roofvogels en er is ook nog de ‘wellness’ zandberg.
Akkerbouw in stroken: landbouw die zichzelf helpt
Naast de kippen houden de Sijbenga’s zich bezig met biologisch-dynamische akkerbouw op zo’n 25 hectare. In het verleden verbouwden ze ook Teff, maar inmiddels zijn ze “vol op de boekweit-tour”. Sinds 2020 werken ze met strokenteelt. Ziekten, plagen en onkruiddruk nemen hierdoor af: het staat symbool voor de manier waarop het bedrijf werkt: systemen kiezen die de natuur versterken in plaats van uitputten.
Altijd plannen, altijd vooruit kijken
“Plannen hebben we altijd,” zegt Kees. Eén van de projecten is het ontwikkelen van een educatieruimte, waar bezoekers kunnen leren wat biologisch-dynamische landbouw inhoudt. Ook willen ze hier een rustpunt voor fietsers en vakantiegasten creëren, en het kleine winkeltje iets uitbreiden. “Geen grote winkel hoor,” benadrukt Kees. “Maar wel net wat meer ook om de variatie aan mooie biodynamische producten onder de aandacht te brengen.” Daarnaast experimenteren ze met een paddenstoelenproject, waarbij reststromen worden omgezet in isolatiemateriaal gemaakt van o.a. boekweit. De eerste proeven ogen veelbelovend. “We willen proberen te zorgen dat wat rest, weer grondstof wordt.”
Samenwerking is daarbij belangrijk. Ze werken heel fijn samen met een buurman die handig is met subsidies en dezelfde denkwijze deelt. “Een goed plan moet altijd gefinancierd worden,” zegt Kees nuchter. “Vooral de eerste stap is vaak de lastigste.”
Waarom Caring Farmers?
Op de vraag waarom hij zich aansluit bij Caring Farmers, hoeft Kees niet lang na te denken. “We kennen Caring Farmers al langer. In deze regio zijn niet veel bedrijven die zo werken als wij. Dan is het fijn om een netwerk te hebben van gelijkgestemden. Mensen die ook zoeken naar hoe het anders kan.” Recent was hij op een bijeenkomst over zonne-energie bij bedrijven in het noorden en vorig jaar kwamen de Caring Doctors op bezoek voor een rondleiding. “Dat soort ontmoetingen helpt om frisse energie te krijgen,” zegt hij. “Je voelt dat je niet alleen staat, je wil meer doen dan in 24 uur past.”
De kern: dierenwelzijn, kwaliteit en verantwoordelijkheid
Aan het einde van het gesprek vraag ik Kees wat hij lezers nog wil meegeven. Hij denkt even na. “Wat wij hier doen met de legkippen en de akkerbouw… Als je een kip was, zou je hier willen wonen,” zegt hij grijnzend. “Maar serieus: elk dier telt. Wij willen niet zo grootschalig zijn dat we het overzicht en de zorg verliezen. Natuurlijk moeten we financieel rondkomen, maar het belangrijkste is dat we goed omgaan met dier en bodem. We hebben maar 1 aarde en daar moeten we zuinig op zijn. Dáárom zijn we ook Caring Farmer.”
