Opinie Caring Farmers t.b.v. het commissiedebat Voedselzekerheid, Tweede Kamer, 23 september 2026
Caring Farmers vraagt de Kamer om voedselzekerheid niet te definiëren als het in stand houden van de huidige productieomvang, maar als het duurzaam organiseren van ons voedselsysteem binnen de grenzen van de planeet: natuurinclusief, grondgebonden en gericht op een gezond dieet. Dat is de route naar echte, langjarige voedselzekerheid — voor Nederland én daarbuiten.
In het voorjaar van 2026 heeft de Tweede Kamer moties aangenomen om te komen tot een voedselstrategie. Eindelijk! Hier pleiten wij al voor sinds onze oprichting in 2019. Maar bepaalde partijen vertaalden voedselzekerheid direct naar het behoud van onze hoge vleesproductie onder het mom van ‘wij voeden de wereld’. De insteek van de moties in de Tweede Kamer kwam voort uit angst: “Hoe moet dat nou met de geopolitieke spanningen, stel dat er serieus oorlog in Europa uitbreekt, kunnen wij onszelf dan wel blijven voeden?”
Vervolgens ging het ministerie van LVVN aan de slag met een uitwerking van een voedselstrategie met onderwerpen als voedselverspilling, eiwitketen en duurzaamheid. Maar een echte richting en systeemverandering wordt niet ingezet. We zijn dan ook blij met het debat over het thema Voedselzekerheid op woensdag 23 september 2026 en geven politici het volgende mee:
Voedselzekerheid gaat niet over angst om te weinig voedsel. Voedselzekerheid gaat over de juiste calorieën produceren op de juiste plek op een duurzame manier.
Dat blijkt uit de internationale prijswinnende visie Reroot the Dutch Food System van WUR Hoogleraar Imke de Boer uit 2019 en op Land in Zicht, het rapport van Urgenda uit 2023.
En voor wie dit te ingewikkeld vindt, legt Lubach het nog eens simpel uit: “We importeren in Nederland 300 miljard ham-kaas tostis aan calorieën. Tegelijkertijd exporteren we ook nog eens 100 miljard”. We gebruiken 1,5 keer Nederlandse landbouwgrond + driekwart eigen grond om ons vee te voeden, wat ons een grote berg shit oplevert maar voor graan zijn we afhankelijk van import. Bekijk de uitzending.
En nog even ter herinnering: vorig jaar kwam een groot deel van de intensieve veehouderij stll te liggen toen er stroomuitval was in Spanje, daar publiceerden we destijds ook een opinie artikel over.
Stichting Caring Farmers vraagt de Kamer om dit debat niet vanuit angst te voeren, maar vanuit inzicht.

Dus: een ander uitgangspunt
In het huidige debat wordt voedselzekerheid vaak ingezet als waarschuwing: als bijvoorbeeld de Nederlandse veestapel krimpt, zou er onvoldoende voedsel overblijven. Caring Farmers herkent dit beeld niet. Voedselzekerheid betekent dat iedereen — nu én in de toekomst — toegang heeft tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel (FAO, 1996). Die zekerheid staat niet of valt met de omvang van onze veestapel, maar met de draagkracht van de planeet waarop ons voedselsysteem leunt. Vijf van de zes planetaire grenzen zijn inmiddels overschreden, en het voedselsysteem speelt daarin een hoofdrol (Rockström et al., 2025). Wie voedselzekerheid serieus wil borgen, zal dat dus moeten doen bínnen die grenzen — niet ondanks een natuurinclusieve landbouw, maar dankzij een landbouw die daarbinnen past.
Nederland voedt niet de wereld
Recent onderzoek laat zien dat Nederland per saldo meer calorieën en eiwitten importeert dan exporteert (Van Selm et al., 2026). De omvang van onze veehouderij is alleen mogelijk dankzij grootschalige import van veevoer; de export van vlees, zuivel en eieren draagt daardoor nauwelijks bij aan voedselzekerheid (elders). Diezelfde combinatie — veel geïmporteerd krachtvoer en kunstmest, terwijl de mest van geëxporteerde dieren in Nederland achterblijft — ligt mede aan de basis van het structurele mestoverschot en daarmee van de stikstofproblematiek. Bovendien maakt deze afhankelijkheid van import uit gebieden als de Straat van Hormuz en de Zwarte Zee onze voedselvoorziening kwetsbaar voor geopolitieke schokken. Een landbouw die sterker regionaal en grondgebonden is georganiseerd, maakt Nederland juist minder afhankelijk van zulke risico’s.
Ruimte voor gezondheid, natuur én voedsel
Met het huidige eetpatroon is ons volledige landbouwareaal nodig om alleen al de eigen bevolking te voeden — er is geen ruimte om netto extra voedsel voor andere landen te produceren. Dat verandert bij een gezonder, overwegend plantaardig voedingspatroon zoals de Schijf van Vijf: daarmee komt naar schatting 40% van het Nederlandse landbouwareaal vrij. Die ruimte kan worden ingezet voor natuurherstel, woningbouw, duurzame biomaterialen én voedselproductie; als het volledig vrijgekomen areaal voor voedsel zou worden gebruikt, zouden er theoretisch 10 miljoen extra mensen mee gevoed kunnen worden (Van Selm et al., 2026). Dit is geen beleidsdoel, maar een illustratie: een gezonder dieet levert niet alleen gezondheidswinst op, het maakt ook ruimte vrij voor andere maatschappelijke opgaven én voor een grotere bijdrage aan voedselzekerheid buiten Nederland.
Schaarse landbouwgrond effectief benutten
Vruchtbare landbouwgrond is wereldwijd schaars. Gewassen die rechtstreeks voor menselijke consumptie geschikt zijn, leveren per hectare meer voedsel op dan wanneer diezelfde gewassen eerst aan dieren worden gevoerd: bij die omweg gaat een groot deel van de energie en voedingsstoffen verloren. Een voedselsysteem dat schaarse grond zo effectief mogelijk gebruikt, is dan ook een voedselsysteem dat is gebouwd op een overwegend plantaardig en duurzaam geproduceerd voedingspatroon.
Wat vragen we beleidsmakers nu?
- Verstevig regionale, gemeenschappelijk gedragen visies zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied, op de natuurinclusieve landbouw en een gezond voedselsysteem, met een samenhangend pakket aan context-specifieke maatregelen.
- Maak nu echt langjarige beleidskaders die boeren zekerheid geven om te investeren in natuurinclusieve, grondgebonden bedrijfsvoering.
- Ontwikkel samen met boeren en de schakels in de keten eerlijke en toekomstbestendige verdienmodellen, met dierwaardige veehouderij en goede arbeidsomstandigheden, inclusief programma’s voor startende boeren die kleiner maar toekomstbestendiger willen boeren/telen.
- Toon serieuze erkenning van de weerstand die deze transitie oproept — en de bereidheid om de gevolgen ervan als samenleving gezamenlijk te dragen.
Caring Farmers gaan graag met beleidsmakers hierover in gesprek.
Bronnen: FAO (1996); Rockström et al. (2025), The Eat-Lancet Commission on healthy, sustainable, and just food systems, The Lancet 406: 1625-1700; Van Selm et al. (2026), Limited net-export capacity undermines the Netherlands’ ‘Feeding the world’ narrative, Nature Food 7: 539-548; bijdrage prof. dr. Imke de Boer (WUR).