De moederkloek als voorbeeld
In de natuur kruipen jonge kuikens regelmatig onder de moederkloek om op te warmen en te rusten. Wanneer ze actief willen zijn, komen ze weer tevoorschijn. Vooral in de eerste levensdagen speelt de moeder daarbij een belangrijke rol: wanneer de kloek opstaat en gaat bewegen, komen ook de kuikens in actie. Zo wisselen warmte, rust, eten en scharrelen elkaar op natuurlijke wijze af.
Een dark brooder bootst een deel van deze moederlijke zorg na. Het systeem bestaat meestal uit een verwarmde overkapping met neerhangende flappen. Daaronder vinden kuikens een warme, donkere rustplek. Buiten de brooder is het lichter en koeler en kunnen ze eten, drinken en scharrelen.
Het grote voordeel is dat kuikens zelf kunnen kiezen tussen een warme rustplek en een koelere omgeving voor activiteit. In plaats van de hele stal op dezelfde hoge temperatuur te houden, worden verschillende klimaatzones aangeboden.
Minder verenpikken en mogelijk lagere energiekosten
Wetenschappelijk is in meerdere onderzoeken aangetoond dat kuikens die toegang hebben tot een dark brooder tijdens de eerste weken van hun leven op latere leeftijd minder schrikachtig zijn en minder pikkerij vertoonden. Men denkt dat het scheiden van de gedragingen in de jonge levensfase – dus rust in de warme, donkere ruimte en activiteit in de lichte, koelere ruimte – de reden is van dit positieve effect. Doordat rustende kuikens zich kunnen terugtrekken, worden ze minder gestoord door actieve soortgenoten. De positieve effecten werken door tot in de legperiode.
Daarnaast kan energie worden bespaard. Alleen de rustplek moet verwarmd worden terwijl de rest van de stal koeler kan blijven. Hoeveel dit oplevert, hangt af van de huisvesting en de gebruikte verwarming.
Onderzoek naar toepassing in de praktijk
Ondanks de positieve onderzoeksresultaten worden dark brooders in de Nederlandse pluimveehouderij nog nauwelijks toegepast. Daarom is de Vakbond voor Dieren, in samenwerking met Fair Poultry, een project gestart om de praktische toepassing te onderzoeken.
Met een subsidie van het Barth-Misset Fonds wordt onderzocht welke belemmeringen pluimveehouders ervaren en hoe die kunnen worden weggenomen. Daarbij wordt gekeken naar ervaringen in het buitenland en wordt gesproken met onderzoekers en stalbouwers. Het doel is om dark brooders ook voor Nederlandse bedrijven praktisch toepasbaar te maken.
Onderdeel van dierwaardige veehouderij
Dark brooders zijn ook opgenomen in de plannen voor de AMvB Dierwaardige Veehouderij met invoering vanaf 2040. In het convenant Stappen naar een dierwaardige veehouderij is bovendien de ambitie vastgelegd om al vanaf 2030 bij nieuw- en verbouw dark brooders toe te passen en vanaf 2035 in alle opfok- en vleeskuikenstallen dark brooders beschikbaar te hebben. Voorafgaande zal in een gids voor goede praktijken (GGP) worden omschreven hoe een dark brooder in de praktijk eruit moet komen te zien.
Kleinschalige pluimveehouderij
Er zijn niet veel bedrijven die kleinschalig kuikens opfokken. Maar juist voor kleinschalige pluimveehouders is het principe aantrekkelijk omdat een dark brooder relatief eenvoudig kan worden uitgevoerd. Bij het ontwerp moet men rekening houden met minimaal 54cm2 per kuiken en een temperatuurverschil van circa 10 graden tussen de dark brooder en de omgevingstemperatuur. Belangrijke eigenschap van een dark brooder is dat de kuikens er dagelijks onder kunnen worden gecontroleerd. Liefst is het mogelijk om de dark brooder omhoog te lieren zodat de kuikens met name in de eerste fase minimaal 1 keer per dag worden gestimuleerd om actief te zijn, zoals een moederkloek ook op zou staan.
Een dark brooder is dus meer dan een warmteplaats met een donker gordijntje. Het gaat om het nabootsen van de natuurlijke omstandigheden bij de moederkloek, waarbij het kuiken zelf kan kiezen wanneer het rust, opwarmt of in een koelere omgeving actief is.