Nieuws

Home  /  Actueel  /  Nieuws  / 

Brandbrief grootschalige mestvergisting

Op 7 september wordt het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas behandeld. Het kabinet wil gasleveranciers verplichten meer groen gas bij te mengen. Dit klinkt duurzaam, maar dat is het niet. Meer dan een derde van dat groene gas moet namelijk uit mest komen! En daarmee dreigt deze klimaatmaatregel een investering te worden in de intensieve veehouderij. Namens een coalitie van 16 natuur-, boeren- en dierenwelzijnsorganisaties waarschuwden wij de Kamer voor de verspilling van publiek geld aan niet-duurzame oplossingen middels onderstaande brandbrief.

Betreft: zorgen om grootschalige mestvergisting

Geachte leden van de vaste Kamercommissie Klimaat en Groene Groei,

Op 7 september behandelt u het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas (36 947). Wij, als brede coalitie van 16 natuur-, boeren-, gezondheids- en dierenwelzijnsorganisaties met een gezamenlijke achterban van miljoenen burgers, maken ons zorgen over een focus op grootschalige vergisting van mest.

Het kabinet stelt in de memorie van toelichting te willen inzetten op mestvergisting. Dit zou een belangrijke bijdrage leveren aan de opgaves van de landbouw. Het risico op lock-ins zou klein zijn. Dit zien wij anders. Als we een grote industrie bouwen rondom de intensieve veehouderij, wordt het des te moeilijker deze sector te extensiveren. Dit staat dan ook juist op gespannen voet met de richting die het kabinet zelf voorstelt in de stikstofplannen. Die plannen sturen op extensivering en grondgebondenheid. Dit is van belang voor de kwaliteit van lucht, water en natuur, het klimaat, gezondheid en het welzijn van dieren. Natuurlijk onderschrijven we het doel om af te stappen van fossiel aardgas, en groen gas of biogas kan daar een rol in spelen. Grootschalige mestvergisting is echter niet de route.

Niet alle mest is ‘hernieuwbaar’

De definitie van groen gas is dat het uit hernieuwbare bronnen komt. Aangezien een groot deel van de Nederlandse mest afhankelijk is van geïmporteerd veevoer dat wordt geproduceerd met fossiele kunstmest is de meeste Nederlandse mest niet als ‘hernieuwbaar’ te bestempelen. Maximaal een kwart tot een derde van onze veestapel kan gevoerd worden uit werkelijk hernieuwbare bronnen van eigen bodem zonder input van fossiel aardgas waar kunstmest mee wordt vervaardigd.

Eerst kiezen

Wij vragen u om anders te redeneren: bepaal eerst wat voor groene grondstoffen en voedsel Nederland wil telen op welk areaal van de Nederlandse landbouwgrond. Bepaal vervolgens welke omvang en vorm van veehouderij daarbij past, waarbij kringlopen gesloten kunnen worden, en welke omvang binnen klimaat-, natuur- en waterdoelen blijft. Bereken tot slot hoeveel mest daarin resteert. Dát is de mest die daadwerkelijk ‘hernieuwbaar’ genoemd kan worden, en potentiële bron kan zijn van groen gasproductie. Mestvergisting maakt niet energie-onafhankelijk Vergisting van reststromen kan zeker bijdragen aan energie-onafhankelijkheid, wanneer men Nederlandse bronnen gebruikt die niet afhankelijk zijn van buitenlandse input. Rioolslib is zo’n bron. Maar zoals hierboven uitgelegd, geldt dat in het geval van mest maar voor een deel daarvan, aangezien de Nederlandse veestapel afhankelijk is van de import van veevoer. Bij grootschalige inzet van mestvergisting kan de energieafhankelijkheid van het buitenland verschuiven van geïmporteerd gas naar geïmporteerd krachtvoer. Beloning voor methaan Er bestaan momenteel geen complete impact-assessments op klimaat en milieu door de opschaling van biogas. Er wordt voornamelijk gekeken naar de winst in methaanuitstoot op de mest zelf, maar de uitstoot die vrijkomt van enterische fermentatie, de import van veevoer, lekkages van biogasinstallaties en transport worden daarbij niet in de berekeningen meegenomen. Sterker nog, deze worden meer geïnstitutionaliseerd.

Voor 2031 rekent het kabinet met een productiemix waarin circa 36% van het groene gas uit mestvergisting komt. Hiermee zetten we onszelf vast in een systeem dat te veel methaan uitstoot om een ‘groen’ gasindustrie te bouwen, die vervolgens wordt beloond voor het afvangen van dit gas. Het risico is daarmee dat klimaatbeleid een verdienmodel creëert rond de uitstoot die het juist zou moeten verminderen.

Mest in de stal, niet in de wei

Grootschalige inzet van mestvergisting betekent dat veel mest in de stal moet belanden. Dat staat haaks op de transitie naar een duurzamer en grondgebonden systeem waarbij dieren meer ruimte krijgen, dieren meer buiten lopen en we minder dieren per hectare houden. Er bestaat nog geen doorrekening wat een bijmenging van 36% groen gas uit mest betekent voor de ontwikkelingsrichting naar een dierwaardige veehouderij. En vice versa: hoeveel mest is er straks nog in de stal in een dierwaardige veehouderij waarin dieren meer ruimte en weidegang krijgen? En wat betekent dat voor de groengasproductie en het verdienmodel daarvan? Wordt dit beleid een rem op de dierwaardige veehouderij?

Leer van Denemarken

Recente cijfers uit Denemarken bevestigen de zorgen over het creëren van een ‘lock-in’ van de industriële veehouderij door de grootschalige inzet op biogas. In de 4 Deense gemeenten met de meeste biogascapaciteit nam het aantal varkens tussen 2010–2024 met circa 8% toe en in de vier gemeenten daaropvolgend nam het aantal runderen met circa 5% toe, wat ingaat tegen de nationale reductietrend. Ook blijkt er een intensivering van het aantal dieren per bedrijf te zijn: terwijl het aantal Deense varkensbedrijven daalde van 5.000 naar 2.000, verdubbelde het gemiddelde aantal varkens per bedrijf van 2.600 naar 6.000. Om de biogasdoelen van de Deense overheid te halen, zou het aantal dieren tegen 2030 praktisch gelijk moeten blijven en tegen 2050 zou driekwart hiervan in stand gehouden moeten worden. Dit staat haaks op de klimaatdoelen die het land heeft en klimaatwetenschappers die in de krimp van de veestapel grote mogelijkheden zien in het terugdringen van emissies.

Niet rendabel

Biogasinstallaties zijn kapitaalintensieve investeringen en recente berekeningen van het PBL laten zien dat de businesscase van mestvergisting vooralsnog niet rendabel is. Toch pleit een brede coalitie van energiebedrijven, banken, zuivelbedrijven en veehouderijorganisaties voor een snelle opschaling van mestvergisting. Ondanks de miljardenwinsten die deze grote vervuilende bedrijven maken, vraagt de coalitie hiervoor om een maatschappelijke bijdrage in de vorm van subsidies en SDE++-steun. De vraag rijst dan of dit het klimaat helpt, of vooral het verdienmodel van een industrie die afhankelijk is van een grote veestapel.

Publiek geld kan maar één keer worden uitgegeven

Publiek geld kan maar één keer worden uitgegeven. Is de keuze voor vergisting van mest de beste? Wij pleiten ervoor om te kiezen voor groen gas uit hernieuwbare bronnen zoals rioolslib, voor hernieuwbare energie uit zon en wind, waarmee Nederland écht onafhankelijk wordt van het buitenland. Voor een meer grondgebonden en klimaatvriendelijke landbouw, met minder druk van mest en stikstof.

We willen niet afhankelijk worden van de intensieve veehouderij

Flink investeren in grootschalige vergistingscapaciteit uit mest betekent dat we gedurende vele jaren mest nodig zullen hebben om de investeringen terug te verdienen. De huidige stimulering van mestvergisting vanuit het energiebeleid dreigt een economisch belang te creëren bij het beschikbaar blijven van grote meststromen, terwijl dit haaks staat op het overheidsdoel van een gezonde, grondgebonden landbouw.

En zelfs dan rest er nóg een vraag die eerst gesteld moet worden: welke mest hebben de akkerbouwers graag voor gezonde teelt van plantaardige gewassen? Waarschijnlijk is dat grotendeels gezonde vaste mest die niet eerst door een vergister is gehaald. Uit het grote landelijke programma Topmest blijkt dat extensieve melkveehouders met veel kruidenrijk grasland, en een lage input van buitenlands (fossiel) voer, de beste mest produceren voor de akkerbouw.

Wij vragen de Tweede Kamer daarom hierop aan te dringen bij het kabinet:

  1. Zet niet vooraf een doelstelling neer van 36% gas uit mestvergisting. Bepaal eerst hoeveel mest er als niet bruikbare reststroom overblijft na de aanstaande extensivering van de veehouderij en de implementatie van de nieuwe dierwaardigheidsnormen. Anders koersen we op een lock-in in de intensieve veehouderij.
  2. Zorg eerst voor een totaalbeeld, waarin alle emissies, inclusief lekkages, transport, veevoer en enterische fermentatie, meegenomen worden en waarin duidelijk wordt tot welke hoeveelheid biogasproductie de veestapel nog steeds kan blijven krimpen om klimaatdoelen, water, biodiversiteits- en dierwaardigheidsdoelen te behalen.
  3. Monitor negatieve neveneffecten: neem in de evaluatiebepaling van de wet mee dat ook over eventuele negatieve neveneffecten (zoals op natuur en biodiversiteit of dierenwelzijn) wordt gerapporteerd.
  4. Stel voorwaarden aan publieke ondersteuning: ondersteun mestvergisting alleen waar deze aantoonbaar gebruik maakt van hernieuwbare bronnen en past binnen de transitie naar een grondgebonden en extensievere landbouw. Geef hierbij rekenschap van de negatieve beoordeling van de Subsidie Hoogwaardige mestverwerking in de beoordeling van de biodiversiteitseffecten van financiële rijksmiddelen in opdracht van het ministerie van LVVN.
  5. Geef prioriteit aan daadwerkelijk duurzame landbouwinitiatieven en energiebronnen, zoals natuurinclusieve landbouw en biogas uit rioolslib.

Bezint, voor gij begint

Beste Kamer, een grote maatschappelijke coalitie vraagt u om publieke middelen niet in te zetten voor een lock-in van de huidige intensieve veehouderij in het kader van de energietransitie. Deze keuze staat haaks op de hoognodige structurele landbouwtransitie die nodig is om doelen op het gebied van natuur, water, schone lucht, stikstof en biodiversiteit te halen. En die qua klimaat meer zal opleveren dan de bijmenging van groen gas.

Wij gaan hier graag met u over in gesprek.

Hoogachtend, Tom Kools (directeur Foodrise EU) namens 16 natuur-, boeren-, gezondheids- en dierenwelzijnsorganisaties

De natuur en milieufederaties

Vogelbescherming Nederland

Greenpeace

Milieudefensie

Urgenda

Caring Farmers

Natuurmonumenten

Compassion in Worldfarming

Wakker Dier

Dier&Recht

Varkens in Nood

Vier Voeters

Eyes on Animals

Gezondheid op 1

Caring movement