Nieuws

Home  /  Actueel  /  Nieuws  / 

Position Paper – Rondetafelgesprek over de AMvB – 4 nov 2026

Op 4 november vindt het Rondetafelgesprek plaats over de AMvB. 
Stichting Caring Farmers krijgt de gelegenheid om in blok 2 haar zienswijze te uiten op deze nieuwe AMvB. Al eerder schreven we een eerste reactie en recent ook een specifieke reactie op het onderdeel pluimvee.
Informatie over dit gesprek vind je hier (website Tweede Kamer werkt niet altijd) en je kunt via DebatDirect online meekijken. 

Zienswijze Caring Farmers
Dierwaardig vee houden volgens de zes principes van de RDA is geen toekomstbeeld. Op erven van Caring Farmers en andere koploperboeren door heel Nederland gebeurt het al: koeien grazen in de wei, varkens wroeten buiten, kalveren blijven langer bij de moeder. Deze boeren weten uit de praktijk wat haalbaar en uitvoerbaar is.

De AMvB die nu voorligt, leidt niet tot een dierwaardige veehouderij volgens die zes principes, en voldoet daarmee niet aan de democratisch vastgelegde opdracht. De voorgestelde Wet van de Partij voor de Dieren doet dit wel. De wetenschappers (blok 1) en de dierenwelzijnsorganisaties (blok 3) in dit RondeTafel gesprek, laten zien waar de AMvB inhoudelijk tekortschiet; wij sluiten ons daarbij aan. Wij richten ons op de vraag die voor boeren doorslaggevend is: kunnen we het ons veroorloven om dierwaardig te werken en op te schalen? Daarvoor vragen wij de Kamer twee zaken te borgen.

1. Samenhang met stikstof- en klimaatbeleid

Een boer heeft één erf, één stal en één investeringsbeslissing. Toch komen de eisen voor dierwelzijn, stikstof en klimaat los van elkaar op hem of haar af. Juist in de samenhang ligt de grootste winst.

Dierwaardig en duurzaam gaan samen. Een koe die in de wei kruidenrijk gras eet, zorgt voor minder stikstof- en CO2-uitstoot, meer biodiversiteit en betere mest voor het bodemleven. Minder dieren met meer ruimte, robuuste rassen en buitenuitloop helpen dierwelzijn, klimaat, water en natuur tegelijk. Neem het varken: de AMvB geeft een dier van 90 kg in 2040 nog steeds maar 0,9 m². Met 1,8 m² per varken, met behoud van boer en bouwblok, zou de varkenssector de emissies met 50% reduceren.

Nu wegen de doelen ongelijk. Bij een knelpunt tussen dierenwelzijn en milieu stelt de AMvB een welzijnsmaatregel uit of neemt die niet op (Nota van toelichting, Kamerstuk 2026D42893, p. 9). Omgekeerd gebeurt dat niet: emissiemaatregelen die dierwaardigheid tegenwerken, zoals eiwitarm voer of luchtwassers in dichte varkensstallen, blijven overeind in de stikstofplannen.

Boeren lopen het risico verkeerd te investeren. De wetenschappelijke toets waarschuwt dat investeringen van nu latere stappen naar dierwaardigheid kunnen blokkeren (Kamerstuk 2026D42899, p. 2). De NVWA pleit voor een integraal, diergericht ontworpen houderijsysteem dat ook aan de eisen voor stikstof, water, klimaat en biodiversiteit voldoet; die variant is niet onderzocht (Kamerstuk 2026D42894, p. 10–11).

Onze vraag aan de Kamer: hoe zorgt u ervoor dat één stal, één investering en één vergunning tegelijk voldoet aan dierwaardigheid, stikstof en klimaat – en dat de boer weet wanneer hij het goed genoeg doet?

2. Dierwaardig werken moet lonen en opschalen

De dierwaardige boer opereert nog in een niche. Wie verder gaat dan de wettelijke ondergrens, concurreert op prijs met wie het minimum doet, in Nederland en in Europa. Zo bepalen de achterblijvers de maatstaf, niet de koplopers. Willen we in 2040 een dierwaardige veehouderij, dan moet die in 2030 uit de niche zijn. Daarom stelden wij in 2023 al een tussendoel voor: 10% dierwaardige Nederlandse consumptie in 2030. Met een dergelijk plan met tussendoelen, is nog niets gedaan.

De omslag loont ook maatschappelijk. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse die Caring Farmers en de Dierenbescherming lieten uitvoeren, blijkt dat een integrale omslag een forse investering vergt, maar 7% rendement oplevert: 2 miljard euro per jaar voor de staatskas, plus brede welvaart voor dier en mens. [link MKBA]

Wat is er nodig?

1. Erkenning in vergunningverlening en emissieregels. Laat de milieuwinst van weidegang, extensivering en integraal ontworpen systemen meetellen.

2. Steun alleen voor toekomstbestendige systemen. Investerings- en beëindigingsregelingen alleen voor stallen en systemen die passen bij het eindbeeld van 2040. Wie eerder overstapt, wordt beloond en weet dat het goed genoeg is.

3. Langjarige vergoeding voor maatschappelijke diensten. Betaal boeren structureel voor wat zij leveren aan dierwelzijn, landschap, biodiversiteit en waterkwaliteit.

4. Een plek in de keten. Maak afspraken met supermarkten en verwerkers over groeiende schapruimte voor dierwaardige producten en eerlijke marges. Laat de overheid voorgaan met haar eigen inkoop.

5. Zekerheid voor financiers. Een helder eindbeeld en een vaste fasering tot 2040 geven banken de zekerheid om dierwaardige investeringen te financieren.

6. Een fonds voor communicatie. Weinig Nederlanders kennen de dierwaardige veehouderij of koplopers als Kalverliefde. Met een basisfonds kunnen koploperconcepten gedegen marketing voeren, zodat consumenten weten waar ze nu al dierwaardige producten kopen.

Onze vraag aan de Kamer: Hoe helpt u deze boeren uit de niche? Hoe gaan we aan de slag?

Doe het in één keer goed

Boeren hebben duidelijkheid nodig over waar we naartoe gaan. Caring Farmers vraagt de Kamer daarom:

• Stuur aan op een AMvB met een integraal eindbeeld per diersoort, inclusief fokkerij, transport en slacht, die aansluit bij de doelen voor stikstof, klimaat, water en natuur.

• Vraag het kabinet om vóór de definitieve vaststelling uit te werken hoe dierwaardig werken wordt beloond.

• Neem de koploperboeren als maatstaf. Zij laten zien dat het kan.

Contact:
Sanne Smeets
 sanne@caringfarmers.nl