Reken de duurzame boer niet weg
Geachte minister Van Essen,
Namens een groep Caring Farmers en de verenigingen voor biodynamische, grondgebonden en biologische melkveehouders spreken wij grote zorgen uit over uw stikstofbeleid. We zijn bang dat u het kind met het badwater weggooit.
Vooropgesteld: we zijn blij met de ambitie die naar boven komt in uw stikstofbrief van 26 juni jongstleden. We zijn blij met de aandacht voor natuurherstel en grondgebondenheid en dat er een fonds van 20 miljard komt.
Maar toch een brandbrief, want onze bedrijven worden zwaar geraakt wanneer de maatregelen in uw brief niet op belangrijke punten worden aangepast. U schrijft dat biologische, biodynamische, natuurinclusieve en extensieve melkveehouders een integrale bijdrage leveren aan natuur en waterkwaliteit. U erkent zelfs dat de voorgestelde emissienormen en rekenmethoden mogelijk onvoldoende aansluiten bij onze bedrijfsvoering.
Hierbij onze zorgen: erkenning is onvoldoende. Het is namelijk zeer zeker dat de voorgestelde emissienormen en rekenmethoden niet aansluiten bij onze bedrijven.
Op onze bedrijven staan bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit, dierenwelzijn en gesloten kringlopen centraal. We gebruiken geen kunstmest of chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen. Landbouw is een deel van het klimaatprobleem maar heeft ook een sleutel van de oplossing.
Onze koeien lopen veel buiten, eten hoofdzakelijk gras van eigen land en produceren minder melk per koe. We houden bewust minder dieren per hectare. Dat is geen Ot en Sien landbouw, maar juist heel efficiënt. Want om te kunnen produceren zonder veel input maak je juist gebruik van fotosynthese en van de processen die van nature in een bodem plaatsvinden. Bovendien laten we koe in haar waarde. Dat is duurzaam vakmanschap en landbouw binnen de draagkracht van bodem, landschap en leefomgeving, en dat is de richting waarop het voedsel- & landbouwbeleid geënt zou moeten zijn.
Door alle toevoegingen in de ‘gangbare’ landbouw worden deze natuurlijke processen vervangen door kunstmatige toepassingen. Zoals kunstmest, chemie en zware machines. Met andere woorden: met fossiele energie.
Wij werken energie-arm. Maar toch worden onze prestaties in gangbare rekensystemen, waaronder de KringloopWijzer, onvoldoende zichtbaar. Soms worden we zelfs slechter beoordeeld dan intensieve bedrijven die meer dieren per hectare houden, veel voer aanvoeren en veel meer melk produceren. Waarom? Omdat er veel te ingewikkeld wordt gerekend, en de rekentools uitgaan van intensieve bedrijven. Zie hiervoor de verschillende bijlagen met verschillende berekeningen die heel anders uitpakken voor duurzame bedrijven.
Wij vragen u om met het veel simpele principe ‘wat er niet in gaat, komt er ook niet uit’ te werken. Als er geen berg stikstof in het voer gaat, komt er ook geen berg stikstof uit de mest. Als er niet veel fossiele brandstoffen (diesel etc) worden gebruikt, gaat er ook niet veel CO2 de lucht in. Als we niet veel met kunstmest geproduceerd krachtvoer importeren, krijgen we hier geen overschot. Eigenlijk is het simpel boerenverstand.
De KringloopWijzer – het beoogde rekenmodel – beloont boeren voor een hoge melkproductie met een lage uitstoot per liter, beloont voor voer-additieven en mestvergisters. Boeren die weinig tot geen kunstmest, krachtvoer en diesel gebruiken, komen er slecht uit. De positieve kanten van een hoofdzakelijk grasgevoerde koe die in de wei loopt, wordt onvoldoende beloond, terwijl iedereen weet dat meer weidegang – zeker van kruidenrijke weiden – leidt tot minder emissies. Een andere rekenmodel, zoals onlangs Kalverliefde gebruikte – laat juist zien dat extensieve kalf-bij-koe boeren per hectare én per koe een veel lagere broeikasgas uitstoot hebben dan een gemiddeld bedrijf, en dat de uitstoot per liter gelijk is.
Uitzondering voor bioboer is onvoldoende
U wilt mogelijk een uitzondering maken voor biologische boeren. Dat klinkt aardig, maar lost het probleem maar deels op. Want willen we niet voor álle veehouders de juiste oplossingen? Willen we niet voor álle boeren een rekenmodel dat stuurt op integrale oplossingen die niet enkel leiden tot minder emissie van stikstof, maar ook tot daadwerkelijke reductie van broeikasgassen, tot herstel van biodiversiteit, tot schoon water en die passen in een dierwaardige veehouderij?
Dat betekent: niet de emissie koppelen aan fosfaatrechten, maar aan hectares. De hoeveelheid hectares in Nederland is een vast gegeven. Gaat die emissie omlaag, dan heeft Nederland daar daadwerkelijk wat aan. Een lage uitstoot per liter melk, per dier of per fosfaatrecht betekent niet automatisch een lage belasting van de leefomgeving. De uitstoot per liter omlaag, maar vervolgens meer liters, is geen winst.
Vijf knoppen
Om de natuur de kans geven om te herstellen, zijn er wat ons betreft vijf grote knoppen om aan te draaien door middel van normering, handhaving en beloning:
-
- Kunstmest reduceren, stikstofkunstmest afbouwen naar 0
-
- Krachtvoer (te beginnen met ‘van buiten de EU’) reduceren
-
- Bestrijdingsmiddelen en andere chemie zoals voer-additieven reduceren
-
- Meer weidegang, dierwaardigheid en ruimte per dier
-
- Landschapselementen toevoegen en beheren
Dán pakt u de problemen bij de bron aan, en werkt u aan daadwerkelijke oplossingen. Dat dit voor vele boeren grote stappen betekent, dat snappen we. Leg de lat hoog, en zet het pad duidelijk neer, maar geef boeren de tijd en ondersteun bij de transitie.
Verdeel de lasten
De transitie van een hoogproducerende holsteiner naar een robuust ras dat op een hoger waterpeil en soberder rantsoen kan leven, is niet een transitie die in een jaar rond is. Boeren hebben daar tijd voor nodig en andere afzet. Maar kunstmest vervangen door klavers, krachtvoer afbouwen, en de natuurlijke bodemprocessen door bijvoorbeeld het gebruik van kruidenrijk gras in te zaaien kan wel per direct. U kunt boeren ondersteunen met kennis, en met voedselbeleid: leg de opgave niet allemaal bij de boeren maar bij de supermarkt, de horeca, de cateraar, de verwerker en de consument.
Wij horen graag uw reactie en gaan graag met u in gesprek,
Met vriendelijke groet,
-
- Caring Farmers
-
- Annette Harberink, directeur Stichting Warmonderhof en bestuur Caring Farmers
-
- Sjoerd Miedema van De Nije Mieden
-
- John Arink van Ekoboerderij Arink
-
- Agnes de Boer van Boerderij Edzemaheerd
-
- Peter Oosterhof, bioboer uit Foxwolde (Dr)
-
- Ramona Schalkwijk van Bloemenweide Boerderij (in omschakeling naar bio)
-
- Caring Farmers
-
- Netwerk GRONDig
-
- Vereniging Biohuis
-
- Keurmerk Demeter, biodynamische landbouw
-
- Groenboerenplan
-
- Federatie Agro-ecologische boeren
BIJLAGEN
Casus Sjoerd Miedema: doorrekening volgens stikstofbrief laat zien dat deze extensieve biodynamische (max 120 kg N/ha) met verhoogd waterpeil een monomestvergister zou moeten aanschaffen om aan de N normen te voldoen.
Rapport Kalverliefde als voorbeeld van een betere meetmethode: acht Kalverliefde-bedrijven stoten gemiddeld 9,2 ton CO₂-equivalenten per hectare, tegenover 26,8 ton bij het intensieve referentiebedrijf. Dat is 66 procent minder. Ook per koe lag de uitstoot 47 procent lager. Per liter is de uitstoot nagenoeg gelijk. Deze bedrijven zijn dierwaardig, natuurinclusief en duurzaam.
Brief Peter Oosterhof aan minister.
Casus John Arink: deze biodynamische boer voerde zijn bedrijf in, in de Agractie tool. Deze rekenmethode beoogt de stikstofnormen uit de stikstofbrief door te rekenen voor bedrijven. Ook deze tool stuurt op dure technieken en houdt geen rekening met extensieve bedrijven. Deze tool zorgt voor veel ophef onder boeren.
Artikel in Dagblad van het Noorden met het verhaal van Agnes de Boer. Dit is een goed voorbeeld van hoe de melkveehouderij er ook uit kan zien: 100% grasgevoerd, geen enkel voer uit het buitenland, geen kunstmest, kruidenrijke bloeiende weilanden én een goed verdienmodel.
Brandbrief van een Utrechtse boer met dezelfde strekking: is al extensief maar wordt door de beoogde stikstofnormen en kringloopwijzer gestuurd richting dure technieken en intensivering.
“Terug naar de basis’’ – gelijksoortige oproep van agrarisch adviseurs en Staatsbosbeheer: