Nieuws

Home  /  Actueel  /  Nieuws  / 

Extensieve bedrijven dreigen de dupe te worden van fosfaatnorm: hectarenorm nodig

Inbreng bedrijfsspecifieke emissienorm Melkveehouderij

De stikstofopgave is niet alleen een emissieprobleem, maar ook een ruimtelijk vraagstuk. Om de natuur te beschermen, moet de stikstofbelasting per gebied omlaag. De kabinetsinzet richt zich daarom terecht op extensivering. Bij de uitwerking van doelsturing in de melkveehouderij dreigt die lijn echter juist te worden ondergraven. Een emissienorm per fosfaatrecht voor extensieve bedrijven miskent de milieuwinst die zij creëren door extensief te boeren. Dat is onrechtvaardig, omdat hun inspanningen voor extensief boeren juist in lijn zijn met de koers waar de politiek al jarenlang om vraagt. Veel van deze boeren hebben bewust fosfaatrechten verkocht om grond aan te kopen. Zij dreigen nu te worden gestraft voor de verduurzaming die zij eerder al hebben gerealiseerd.

  • De minister erkent zelf dat deze fosfaatrechtnorm mogelijk onvoldoende aansluit bij de bedrijfsvoering van biologische en extensieve bedrijven. In zijn stikstofbrief van juni worden twee sporen genoemd: 1) intensief en gangbaar en 2) extensief of biologisch.
  • Wij roepen de Tweede Kamer op met een hectarenorm te komen, liefst in plaats van de fosfaatnorm, maar anders in ieder geval voor spoor 2.

WUR-onderzoek naar biologische melkveehouderij laat zien dat omschakeling naar biologisch de stikstofverliezen met circa 40 tot 50 procent kan verminderen1. Per hectare zijn deze cijfers ook terug te zien bij de vergelijking tussen het landelijk gemiddelde van gangbare en biologische melkveebedrijven (gangbaar 57kg tegenover biologisch 35kg NH3/ha)2. Deze milieuwinst moet zichtbaar worden in de normen. Binnen de huidige voorgestelde fosfaatnorm zal deze milieuwinst echter niet erkend worden. Deze norm richt zich namelijk enkel op stal en mestopslag. Een grotere hoeveelheid hectares onder het bedrijf is daarin geen factor.

Indien er gekozen wordt om veldemissies óók te berekenen per fosfaatrecht, is een extensief bedrijf nog meer in het nadeel. De veldemissie domweg delen door het aantal fosfaatrechten, levert een kunstmatig gunstigere uitkomst op voor bedrijven met veel vee (en fosfaatrechten) per hectare. Hierdoor zouden extensieve bedrijven ten onrechte een slechtere score krijgen, terwijl ze in werkelijkheid juist lagere emissies per hectare hebben.

Het handelingsperspectief dat extensieve en biologische boeren hebben om onder de fosfaatnorm te komen, wordt komende maanden onderzocht door de WUR. Dit naar aanleiding van een toezegging aan de Tweede Kamer. Het is echter het paard achter de wagen spannen. Deze bedrijven hebben gemiddeld hun uitstoot al bijna gehalveerd, maar moeten alsnog allerhande technische of managementmaatregelen toepassen om onder een norm te komen. Terwijl de basis van hun bedrijf juist ligt in het werken in de natuur met een optimale balans. De vraag onder deze boeren is: wanneer is het genoeg? 1 https://research.wur.nl/en/publications/het-perspectief-van-biologische-landbouw-effecten-van-het-vergrot/ 2 Bedrijven Informatie Net (BIN) 2025

Een minder zware norm per fosfaatrecht is geen oplossing

Geopperd is om een minder zware emissienorm per fosfaatrecht te hanteren voor biologische en extensieve bedrijven. Dit lost het onderliggende probleem niet op. Bovendien ontstaat een onuitlegbare situatie. Bedrijven die extensiveren en hun stikstofverliezen terugdringen, kunnen op papier slechter worden beoordeeld dan intensievere bedrijven. Dat geeft een verkeerd signaal aan boeren die willen omschakelen en ondermijnt de geloofwaardigheid van het beleid. Sterker nog, omschakelen naar biologisch wordt gezien als oplossing in de zonering en LVVN ondermijnt hiermee de eigen inzet.

Bovendien creëert dit het risico op verdere polarisatie in het landelijk gebied. Intensieve boeren zouden tegenover extensieve boeren kunnen komen te staan, als extensieve boeren ‘bevoordeeld’ worden met een minder zware fosfaatnorm. Nu al gaan deze geluiden.

Kies voor een hectarenorm

Wat dan wel? Idealiter volgt de doelsturingsnorm de logica van het probleem. Om het ammoniakprobleem te verminderen, gaat het erom dat op gebiedsniveau (niet fosfaatrechtniveau) de uitstoot omlaag gaat. Dat pleit dus voor een emissienorm per hectare, niet per fosfaatrecht. Als er geen bereidheid is deze logica voor beide bedrijfssporen te verankeren in het beleid, dan zou op zijn minst voor het biologische/extensieve spoor gekozen moeten worden voor een hectarenorm.

Een emissienorm per hectare sluit aan bij de ruimtelijke dimensie van de stikstofopgave. Zo’n norm beloont grondgebondenheid en een lagere veebezetting en biedt perspectief op structurele reductie. De groep is helder af te bakenen. Biologische bedrijven zijn herkenbaar aan hun Skal-certificatie. Extensieve bedrijven kunnen worden gedefinieerd als bedrijven die onder 1,5 GVE/ha zitten.

Oproep aan de politiek

In het najaar van 2027 wordt de wetgeving achter doelsturing vastgelegd. Voorkom dat de uitwerking van dit beleid onbedoeld juist extensivering tegenwerkt. De keuze voor een emissienorm bepaalt mede welk type landbouw in Nederland perspectief krijgt. We zien nog geen beweging ontstaan om het doelsturingsbeleid aan te laten sluiten bij de algemene lijn van de stikstofaanpak, die extensivering aanmoedigt. Inzet van de Tweede Kamer is dus nodig om dit bij te sturen voor het te laat is. We herinneren daarbij aan de open wond die invoering van het fosfaatrechtenstelsel in 2015 heeft achtergelaten in de sector. We dreigen een herhaling te krijgen met de keuzes die nu genomen worden.

Wij roepen de politiek op om hierop bij te sturen:

➔  Maak een hectarenorm het uitgangspunt voor stikstofdoelsturing in de melkveehouderij.

➔  Als niet voor de hele melkveehouderij wordt gekozen voor een hectarenorm, doe dit dan in ieder geval voor biologische en extensieve bedrijven, met Skal-certificering of een GVE-norm <1,5 als afbakening.

Word vriend van Caring Farmers

Maak groen boeren mogelijk. Elke extra euro steun betekent dat wij koploperboeren beter kunnen helpen met onderzoek, campagnes, publicaties en inspraak en deelname aan beleidstafels.