Augustus 2025
Door Vera Bavinck
Iedere kippenhouder herkent het meteen: de onderste hen in de pikorde, ofwel de ‘paria
hen’ (of Pariah in het Engels). Ze hebben een gehavend verenkleed, kale kop en nek, zijn
soms helemaal kaal en moeten rennen voor hun leven. Hun snavel is vaak iets langer
omdat ze minder scharrelen en pikken. Ze zijn snel en schuw en vaak mager doordat ze
niet voldoende tijd krijgen om te eten en te drinken. De kam is in een later stadium klein,
ze stoppen met leggen en in het ergste geval worden ze dood gepikt.
Sommigen denken dat het weghalen van deze hen uit de groep resulteert in het ontstaan
van nieuwe paria hennen en laten om deze reden paria hennen zo lang mogelijk in de
koppel lopen. Dit is onterecht en leidt tot onnodig veel dierenleed. Paria hennen moeten
uit de koppel worden gehaald en kunnen ook nadat hun verenkleed volledig is hersteld,
niet terug in de groep.
Het vluchtgedrag van de paria hen is blijvend, en dit zal dus steeds andere hennen weer
aansporen tot pikkerij. Dit is niet alleen praktijk bevinding maar tevens wetenschappelijk
onderzocht en onderbouwd door onderzoekers van de Universiteit in Bristol (Joanne
Edgar, Elizabeth Paul, ISAE 2025).
Deze onderzoekers hebben nog meer interessante gedragingen onderzocht bij paria
hennen. Centraal in het onderzoek staat een basiscomponent van empathie, de
zogenaamde ‘sociaal gemedieerde opwinding’ (SMA). Dit wordt ook wel ‘emotionele
besmetting ‘ genoemd en betekent dat een dier of mens fysiologisch en/of gedragsmatig
opgewonden raakt door het zien van stress of emoties bij een soortgenoot. Bijvoorbeeld:
een kip ziet een andere kip schrikken en wordt zelf ook alerter of gespannen.
De studie vergeleek twee typen hennen: zowel paria als niet-paria hennen. Aangezien
SMA sociale gevoeligheid vereist, werd verwacht dat paria’s een lagere SMA-capaciteit
zouden hebben. In een experiment werden 16 paria-hennen elk drie weken samen met
vier niet-paria-hennen gehuisvest. Daarna werden de paria en een bijbehorende niet-paria blootgesteld aan twee situaties: (1) het zien van soortgenoten die kleine luchtpuf
kregen (stress), en (2) een controleconditie zonder directe stress. De onderzoekers
maten gedrag en oogtemperatuur (een indicator van stress).
Uit de resultaten bleek dat beide groepen een significante daling in oogtemperatuur
vertoonden tijdens het zien van gestreste soortgenoten – een teken van SMA. Er was
echter geen verschil tussen de paria’s en niet-paria’s in hun fysiologische reactie.
Conclusie: paria hennen hebben een afwijkend gedrag wat ze slachtoffer maakt van
pikkerij. Dit is onafhankelijk van de kippen waarmee ze samen worden gezet. Echter, ze
zijn niet minder gevoelig dan andere hennen voor de stress van hun soortgenoten en
reageren in sociale testen hetzelfde. Paria hennen moeten uit de koppel worden
gehaald.
Wat doe je met de paria hen(nen)? Het liefst zet je ze in een ander hok, met dieren die
ook laag in de rangorde staan en geeft ze zo nog een fijn leven. Wellicht is soep ervan
maken de beste optie voor jou.