Nieuws

Home  /  Actueel  /  Nieuws  / 

Update PFAS in de bodem onderzoek

Aanplant proefveld in Weesp voor PFAS bodemonderzoek

Vorig jaar deden we onderzoek naar de PFAS-waarde van eieren van kleinschalige pluimveehouders. De resultaten waren bemoedigend: 27 van de 28 geteste kleinschalige bedrijven (tot 249 kippen) toonden een PFAS-waarde onder de Europese norm. Maar dat neemt niet weg dat PFAS een groot probleem is in onze bodem. Het Louis Bolk instituut is een vervolgonderzoek gestart waarin zij de bodem van een kippenuitloop op PFAS onderzoeken en middels een beplantingsysteem van hennep en wilg deze PFAS mobiliseren en wegvangen in begroeiing. Dit driejarige onderzoek is in samenwerking met Caring Farmers. Ellen Geerlings, onderzoeker Duurzame veehouderij & Agrobiodiversiteit bij het Louis Bolk Instituut, schreef een update over het project. 

Schone bodems in de pluimveehouderij

In het voorjaar van 2026 hebben we bodemmonsters genomen op 44 pluimveebedrijven en erfpercelen, verspreid over 30 gemeenten in 9 provincies. We hebben de grond onderzocht op PFAS, stoffen die door menselijk gebruik in het milieu zijn terechtgekomen en daar nauwelijks afbreken.

Wat vonden we in de bodem?

Twee PFAS‑stoffen kwamen bijna overal voor: PFOS en PFOA.

  • PFOS werd op alle 44 locaties gevonden
  • PFOA op 40 locaties

Deze stoffen zijn vroeger veel gebruikt, onder andere in brandblusschuim, water‑ en vuilafstotende lagen (zoals op textiel en papier) en in industriële processen. Omdat ze vrijwel niet afbreken en zich sterk aan de bodem vast hechten, zijn ze nog steeds op veel plekken aanwezig – ook daar waar geen duidelijke bron in de buurt is.

Op vier locaties lag de hoeveelheid PFOS boven de landelijke achtergrondwaarde. Voor PFOA was dat op drie locaties het geval.

Naast PFOS en PFOA vonden we ook enkele nieuwere PFAS‑stoffen, de zogenoemde korteketens:

  • PFPeH (12 locaties)
  • PFHxA (6 locaties)
  • PFPeA (5 locaties)

Deze korteketens worden de laatste jaren vaker gebruikt als vervangers van PFOS en PFOA. Ze komen meestal in lagere hoeveelheden voor, maar kunnen zich makkelijker door de bodem en naar water verplaatsen.

We zagen ook duidelijke verschillen tussen bodemtypen: klei‑ en veengronden bevatten gemiddeld meer PFAS dan zandgronden. Dat komt omdat PFAS zich sterk hechten aan organische stof en kleideeltjes.

Wat gaan we doen op de proefvelden?

Om te kijken of planten kunnen helpen om PFAS uit de bodem te halen, zijn op acht locaties proefveldjes aangelegd. Op elke locatie liggen drie veldjes:

  1. Referentieveldje
    Hier doen we niets. Dit veldje laat zien wat er gebeurt met PFAS als je géén maatregelen neemt.
  2. Wilg zonder extra hulp
    Hier staan wilgen zonder toevoeging van schimmels of andere middelen.
  3. Wilg mét extra hulp
    Hier staan wilgen die zijn aangeplant met mycorrhiza (bodemschimmels die samenwerken met planten).

Begin mei wordt in veldje 2 en 3 ook hennep ingezaaid. In veldje 3 gebeurt dat samen met mycorrhiza.

Op de foto: in Weesp wordt een proefveldje aangeplant met wilg.

Extra stap: de bodem “losser” maken voor PFAS

In veldje 3 gaan we tijdens het groeiseizoen nog een stap verder. Daar dienen we fulvinezuur en saponinen toe. Dat zijn natuurlijke stoffen die invloed hebben op hoe sterk stoffen aan de bodem vastzitten.

Het idee hierachter is als volgt:

  • PFAS zit vaak vast aan gronddeeltjes, vooral in bodems met veel klei en organische stof.
  • Fulvinezuur kan helpen om PFAS iets losser te maken van die bodemdeeltjes.
  • Saponinen werken als een milde natuurlijke “zeep” en kunnen ervoor zorgen dat PFAS makkelijker oplost in het bodemvocht.

Het verwachte effect is dat PFAS beter beschikbaar komt voor opname door planten, zoals wilg en hennep. Zo hopen we dat planten meer PFAS uit de bodem kunnen halen.

Omdat elke bodem anders is, passen we de hoeveelheid en het moment van toediening aan op de lokale omstandigheden, zoals pH, organische‑stofgehalte en bodemtype.

Door deze aanpak alleen toe te passen in veldje 3 en dit te vergelijken met de andere veldjes en de referentie, kunnen we goed zien wat wel en niet werkt.