Juni 2026
In een samenwerking van Vital food management, Fair Poultry en Caring Farmers zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van het kleinschalig mobiel slachten van kippen onderzocht. Dit project werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LVVN en diende de hoofdvraag: welke obstakels staan vanuit beleidsoverwegingen het slachten van kleinschalige kippen in de weg?
Kleinschalig slachten mag
De uitkomst is eigenlijk heel simpel: het kleinschalig slachten van pluimvee in een mobiele slacht unit mag. Of zoals LVVN het samenvatte: “Het is een keus van de kleinschalige sector om op kleinschalige manier kippen te houden, ze zijn zelf verantwoordelijk om hun keten volledig te laten functioneren. Het beleid staat ze niet in de weg.”
Shetland pony
Beeldend kan de samenwerking tussen het beleid en de praktijk als volgt worden geschetst: de overheid zet een springparcours neer van 1,5 meter hoge hindernissen. De kleinschalige veehouder komt op een Shetland pony de ring binnen en vraagt of de hindernissen wat kunnen worden verlaagd. De overheid zegt: “Wij staan jou niet in de weg, ga maar harder trainen.”
Welke hindernissen zijn er?
Grens 200 kippen
Als je minder dan 200 kippen hebt, dan mag je deze kippen slachten zonder een officiële slachthuiserkenning van de NVWA te hebben. Je mag maximaal 200 kippen per dag en tot 2.000 kippen per jaar slachten. Er is nog wel een aantal regels waar je aan moet voldoen. De belangrijkste regel daarvan is dat pluimvee buiten een slachthuis, altijd verdoofd (bedwelmd) moet zijn. Het slachten zonder verdoving (halal) buiten het slachthuis is niet toegestaan.
Het aantal – 200 stuks en max. 2.000 per jaar – is een nationaal gestelde grens. In Duitsland is deze grens 10.000 dieren per jaar. Dit verklaart waarom er in Duitsland meer slachtmogelijkheden zijn voor kleinschalige pluimveehouders. Nederlandse boerderijslachtlocaties die hun eigen pluimvee slachten (max. 200 per week en 2.000 per jaar) en zo zijn ingericht dat dierenwelzijn en voedselveiligheid worden geborgd, mogen alleen hun éigen dieren slachten en geen koppels van anderen.
Nu hebben de meeste bedrijfsmatig kleinschalige pluimveehouders 249 kippen omdat je met dit aantal onder de registratieplicht valt. Als ze deze in één keer willen laten slachten, is dit meer dan 200, dus vallen zij buiten de vrijstelling.
SKAL-certificatie
Als je biologisch/SKAL-gecertificeerd bent dan kun je in Nederland terecht bij Kemper kip In Uden. Veel kleinschalige pluimveehouders zijn niet SKAL-gecertificeerd en kunnen dus niet bij Kemper Kip terecht, tenzij Kemper Kip extra SKAL-controles tegemoet kan zien die de nodige tijd en kosten met zicht meebrengen – die weer worden doorberekend aan de niet-biologische kleinschalige houder.
Er is een ander kleinschalig slachthuis in Nederland waar niet-SKAL-gecertificeerde kleinschalige koppels zouden kunnen worden geslacht. Echter, daar kan je niet terecht omdat zij naast pluimvee ook kleinschalige herkauwers slachten en daardoor al snel aan de grens zitten van een GVE-categorie. Anders gezegd: een kleinschalig koppel extra zou voor hen het toezichttarief van de NVWA onrendabel maken.
Afstand
Ben je biologisch en zit je verder dan 65 km van Kemperslacht in Uden af, dan zijn er specifieke transportcertificaten nodig voor het vervoeren van de kippen.
Inspectie- en toezichtkosten NVWA voor mobiele slacht
Dan is er de mobiele slachtkar ofwel mobiele slacht unit (MSU). Voordat je hier mag slachten moet de NVWA de locatie inspecteren (en auditen). De auditkosten zijn niet anders dan voor grote slachthuizen, € 190 per uur met een starttarief van € 280. Een audit vindt jaarlijks plaats en duurt ongeveer 8 uur. Soms komen er twee inspecteurs en betaal je dubbel tarief. Als de locatie aan alle regels voldoet en wordt goedgekeurd kun je de slacht aanmelden bij de NVWA.
De NVWA is ook verantwoordelijk voor toezicht bij de slacht. Bij kleinschalige slacht gaat dit niet om permanent toezicht. Daarom is er, in tegenstelling tot de kosten van de inspectie en audits, voor kleinschalige slacht wel een demping van de toezichtkosten vastgelegd. Kortom: de toezichtkosten per slachtdag zijn met ongeveer € 25 te overzien.
Slachtafval
Als de kippen zijn geslacht is er naast hun vlees slachtafval en afvalwater. Het afvalwater mag worden afgevoerd in het riool. Slachtafval mag niet zelf worden afgevoerd maar moet door Rendac worden opgehaald. Rendac rekent een stoptarief van € 30 met daar bovenop de kosten van het te verwerken karkas. Bij pluimvee worden dieren vaak in een 200 liter ton aangeboden en hiervoor rekent Rendac €12. Voor slachtafval liggen de kosten in de praktijk boven €100.
Samengevat: we gaan ponyracen!
De conclusie van LVVN klopt: er staat geen beleid in de weg van mobiel slachten van kleinschalig gehouden kippen. Alleen wordt er in Nederland uitgegaan van KWPN-paarden en geen Shetlanders. Dus we gaan de training beginnen. Het mooie van hindernissen op een paardenparcours is: die zijn gebouwd om om te vallen, om het dierenwelzijn te waarborgen. We gaan ponyracen! De praktijk zal uitwijzen hoe (on)mogelijk het is om kleinschalig mobiel te slachten.