28 mei is de nieuwe hygiënecode voor eieren aangekondigd en deze is ingegaan op 1 juni. Dat is een ongelooflijk korte termijn, en deze regel heeft (weer) geen rekening gehouden met kleinschalige pluimveehouderij. De kosten zijn simpelweg niet haalbaar, als deze niet verdeeld kunnen worden over honderdduizenden eieren. Caring Farmers stuurde gisteren een brandmail naar het ministerie LVVN.
De nieuwe Hygiënecode Eieren 2026 legt pakstations een grotere verantwoordelijkheid op voor het aantonen van de voedselveiligheid van aangeleverde eieren. Hoewel het belang van voedselveiligheid buiten discussie staat, dreigen de gevolgen voor kleine pakstations, die eieren sorteren en verpakken van kleinschalig extensief gehouden pluimveekoppels, disproportioneel uit te pakken.
Een belangrijk punt van zorg is de eis dat voor koppels die niet deelnemen aan het Monitoring Kritische Stoffen-programma (MKS) van IKB Ei een analysecertificaat beschikbaar moet zijn. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk hoe deze bepaling moet worden geïnterpreteerd. Als dit betekent dat voor ieder afzonderlijk koppel analyses moeten worden uitgevoerd op residuen van diergeneesmiddelen en andere kritische stoffen, dan worden juist de kleinste spelers in de sector geconfronteerd met kosten die niet in verhouding staan tot hun omvang. Waar dergelijke kosten in de grootschalige sector over miljoenen eieren kunnen worden verdeeld, moeten kleinschalige pakstations deze terugverdienen op vaak slechts enkele duizenden eieren per koppel.
Daarbij wringt het dat de gevraagde analyses zich grotendeels richten op risico’s die juist samenhangen met intensieve productiesystemen. Kleinschalig en extensief gehouden pluimvee gebruikt doorgaans weinig tot geen antibiotica en aanzienlijk minder antiparasitaire middelen. Het is daarom moeilijk uit te leggen waarom juist deze bedrijven mogelijk worden geconfronteerd met dezelfde onderzoeksverplichtingen als bedrijven waar met name antiparasitaire middelen structureel worden ingezet.
Een risicogebaseerde aanpak zou veel logischer zijn. Voor extensieve houderijsystemen ligt het voor de hand om de aandacht te richten op risico’s die daadwerkelijk relevant zijn, zoals PFAS, dioxinen en andere bodem- en milieuverontreinigingen. Dat zijn risico’s die samenhangen met de omgeving waarin dieren worden gehouden en niet met de schaal van het bedrijf.
Kleinschalige pluimveehouders zijn niet aangesloten bij IKB Ei en daarmee nemen zij ook niet deel aan het MKS-programma. Dat is niet omdat zij voedselveiligheid onbelangrijk vinden, maar omdat de kosten, administratieve verplichtingen en de opzet van deze systemen zijn ontwikkeld voor de reguliere commerciële pluimveesector. Voor bedrijven met enkele honderden leghennen zijn deze systemen praktisch niet haalbaar.
De huidige formulering van de hygiënecode staat op gespannen voet met initiatieven vanuit Caring Farmers om de kleinschalige pluimveesector verder te professionaliseren. Binnen die beweging wordt juist gewerkt aan betere voedselveiligheid, transparantie en vakmanschap, onder andere door het voorstel om de grens voor kleinschalige houderijen te verhogen van 250 naar 1.000 leghennen. Het doel daarvan is om bedrijven voldoende schaal te geven om professioneel te kunnen werken, zonder de voordelen van een extensieve, lokale en diervriendelijke bedrijfsvoering te verliezen.
Tegen die achtergrond voelt deze hygiënecode als een stap in de tegenovergestelde richting. In plaats van ruimte te bieden aan de verdere ontwikkeling van een kleinschalige, lokale en duurzame sector, dreigen nieuwe verplichtingen juist de bedrijven te treffen die investeren in dierenwelzijn, korte ketens, biodiversiteit en een lagere milieubelasting. De combinatie van onduidelijke eisen, hoge analysekosten en extra administratieve lasten maakt het risico reëel dat lokale afzetketens verdwijnen of nooit tot ontwikkeling komen.
Dat zou een opmerkelijke uitkomst zijn. Juist de bedrijven die aansluiten bij maatschappelijke wensen rond lokaal voedsel, dierenwelzijn en een toekomstbestendige landbouw worden dan het hardst geraakt door regelgeving die onvoldoende onderscheid maakt tussen intensieve en extensieve productiesystemen. Een dergelijke uitwerking is moeilijk anders te kwalificeren dan als disproportioneel.
Caring Farmers richtte in 2025 het Netwerk Kleinschalige Pluimveehouderij op om deze groep beter te verbinden, kennis delen en vertegenwoordigen in het publieke debat: Netwerk Kleinschalig Pluimvee – Caring Farmers